ARCHIEF

AFVN Actueel, mei 2009

Een gezamenlijke herdenking “van de slachtoffers van stalinistische en nazistische misdaden”: kan dat?

Interview van het blad Antifa met Dr. Ulrich Schneider, geschiedkundige en algemeen secretaris van de FIR.

Antifa: in het Europees Parlement worden op initiatief van de Europese Volkspartij (waarin de CDU een centrale rol speelt) handtekeningen verzameld voor een motie die tot doel heeft om 23 augustus uit te roepen tot een “Herdenkingsdag voor de slachtoffers van stalinistische en nazistische misdaden”. Wat moeten we daarvan denken?

Ulrich Schneider: Deze motie is een algemeen-ideologische aanval op het historische fundament van de naoorlogse Europese ontwikkelingen. Om te beginnen bevat deze motie de totalitarisme-these in z’n zuiverste vorm. Deze ideologie van de “Koude Oorlog” heeft als inzet een onhistorische vergelijking van stalinisme en fascisme. Een paar jaren geleden probeerde men met het “Zwartboek van het communisme” te bewijzen dat de socialistische pogingen in de Oost-Europese landen van een zelfde criminele hoedanigheid waren als met name het Duitse fascisme. Uiteindelijk betekent dit niet slechts een historisch onjuiste vereenzelviging van fascistische machtsuitoefening en de verschillende socialistische staatsvormen, maar ook een omdraaiing van de politieke afwegingen. Daarmee is het eveneens een bagatellisering en relativering van de fascistische vernietigingspolitiek. Dat ontkennen de initiatiefnemers van de motie ook geenszins. Het gaat hen er immers letterlijk om het accent en het zwaartepunt van de herdenking te leggen op de “consequenties en de betekenis van zowel de Sovjetperiode als ook de bezetting” in de “postcommunistische landen”. Vals en doortrapt is de motie in het bijzonder door de datum die men voor de herdenkingsdag kiest. Wat was er op 28 augustus? Het was de dag dat het Duits-Russische niet-aanvalsverdrag getekend werd tussen de fascistische Duitse minister van Buitenlandse Zaken Ribbentrop en de minister van Buitenlandse Zaken van de USSR, Molotow. Een ieder met wat historische kennis weet, dat aan dit verdrag de inzet van de USSR voorafging om samen met de westelijke mogendheden een bondgenootschap tegen de fascistische oorlogspolitiek te smeden. Toen dat niet lukte, kwam het tot de tekening van dit pact. Het moest de Sovjet-Unie tijdwinst geven tegen een mogelijke militaire aanval van het Duitse fascisme.

Antifa: Maar was dat niet-aanvalsverdrag zo onproblematisch?

US: Het is natuurlijk te bekritiseren dat met de bijvoegsels van dit pact afspraken gemaakt werden, die reikten tot de uitlevering van antifascistische emigranten aan Nazi-Duitsland. Vanuit een huidig perspectief kan men ook opmerken dat de Sovjet-Unie de tijdwinst niet benut heeft om haar defensieve potentieel effectief vorm te geven. Ook vanuit het antifascistische perspectief moet dit bekritiseerd worden. Echter, al deze dingen kunnen niet als fundament voor een herdenkingsdag van de ondertekening dienen; een “herdenkingsdag voor het totalitarisme”. Dat zou betekenen dat de slachtoffers van de Duitse fascistische vernietigingspolitiek en de USSR gelijkelijk voor de Tweede Wereldoorlog verantwoordelijk zouden zijn. Zo’n instelling tracht een kernfundament van de naoorlogse Europese ontwikkeling te verdringen: het gezamenlijke ageren van de volken en staten in de anti-Hitler-coalitie om hun landen van de fascistische bedreiging te bevrijden. Naast een verheviging van anticommunistische attitudes lijkt mij dit de eigenlijke bedoeling van deze provocatie, anders kan ik deze motie niet betitelen, te zijn.

Antifa: Waarom grijpt deze actie uitgerekend plaats in het Europees Parlement?

US: De afgelopen jaren heeft het Europees Parlement zich telkens weer bewust antifascistisch opgesteld. Ik herinner aan de beslissing van het EP om 27 januari - de herdenkingsdag van de bevrijding van vernietigingskamp Auschwitz door het Sovjetleger - uit te roepen tot een Europese herdenkingsdag voor alle slachtoffers van fascistische repressie. Ik herinner aan het besluit van het Parlement in 1993, om de historische plekken waar de fascistische repressie en vernietigingspolitiek plaats vonden, te bewaren. Uitdrukkelijk werd in dit besluit afgewezen om een verbinding van deze herdenking met andere vormen van politiek onrecht te leggen. En ik wil verwijzen naar het oordeel van het Europees Gerechtshof in de zaak van de Litouwse partizaan Wassili Kononow, waarmee zijn antifascistische bevrijdingsstrijd voor zijn land, uitdrukkelijk erkend werd. Zodoende is het dus zeker wel van centraal politiek belang indien het zou lukken om deze antifascistische consensus in het Europees Parlement onderuit te halen.

Antifa: Wat kunnen de antifascistische bonden doen?

US: Als algemeen secretaris van de Internationale Federatie van Verzetsstrijders (FIR)-Bond van Antifascisten ben ik erg verheugd dat de verschillende bonden die lid zijn, o.a. die uit Griekenland, reeds duidelijke verklaringen tegen deze provocatie uitgesproken hebben. Ik hoop en verwacht dat nog meer bonden die lid zijn via opmerkingen en verklaringen hun desbetreffende Europese afgevaardigden zullen oproepen om van deze resolutie afstand te doen. De totalitarisme-these is een product van de “Koude Oorlog” en kan niet dienen als een fundament voor een toekomstig Europa.

Antifa: Wij danken u voor dit gesprek.

(uit Antifa, tijdschrift van de VVN-BdA, november/december 2008)


ARCHIEF