AFVN


KERKEN SPEELDEN SLAPPE ROL TIJDENS EN NA OORLOGSMISDADEN IN NED-INDIË

AMSTERDAM, 17 nov. 2016 - De protestante en katholieke kerken speelden een slappe rol tijdens en na de grote oorlogsmisdaden in Nederlands-Indië van 1945-1950. Ze steunden meestal de oorlog en verhulden vaak moordpartijen van het leger.

Slechts af en toe klaagden zendelingen of priesters over de grove wantoestanden. Maar geen van de kerken heeft formeel ooit bij de regering een protest ingediend tegen de systematische mensenrechtenschendingen. Ook heeft een enkele kerk tot nu toe voor fatsoenlijke afhandeling gepleit. Of de kerken nog zullen aandringen op vervolging van de nog steeds levende oorlogsmisdadigers, werd ook nu niet duidelijk op het symposium. Twee organsiaties, de Stichting Comité Nederlandse Ereschulden van Jeffry Pondaag en de AFVN-Bond van Antifascisten, dringen in het kader van de mensenrechten hier wel op aan.

Het symposium heette 'De kerken en de oorlog in Indonesië 1945-1950' en vond gisteren plaats aan de Vrije Universiteit. Er kwam naar voren dat de grote aantallen oorlogsmisdaden toch ruim bekend waren onder protestante en katholieke geestelijken, die als zendeling, missionaris of in het leger onvermijdelijk in de positie kwamen om de martelingen, moorden en verkrachtingen waar te nemen. Maar de kerkleiding onderdrukte klachten hierover stelselmatig. Slechts van enkele individuele protestante geestelijke verzorgers of legeraalmoezeniers of een enkele plaatselijke geestelijken kwamen soms klachten door over wantoestanden. Bij de legerleiding vonden die echter nimmer gehoor, en evenmin bij de kerkelijke leiding of de burgerlijke autoriteiten.

In een reactie zegt mensenrechtenactivist Jeffry Pondaag, die de massamoord in Rawagede aankaartte, dat hij er nu op hoopt dat de gezamenlijke kerken bij de regering zullen aandringen op een rechtvaardige afhandeling van de massamoorden in Nederlands-Indië. Pondaag is momenteel samen met advocate prof. mr. Liesbeth Zegveld actief in de zaak van de massamoorden door het KNIL en de Landmacht in Zuid-Celebes. Morgen vertrekken Pondaag en Zegveld opnieuw naar Indonesië voor een onderzoek. Pondaag komt terug in januari 2017.

Verschillende wetenschappers bevestigden de grote hoeveelheden oorlogsmisdaden waarover historicus dr. Rémy Limpach vorige maand uitgebreid wetenschappelijk publiceerde in zijn dissertatie getiteld 'De brandende kampongs van generaal Spoor'. Limpach toont in zijn studie aan dat er in Nederlandse archieven bewijzen zijn voor 10.000 doden onder de opstandelingen en burgers. Volgens Indonesische bronnen gaat het om naar schatting 100.000 tot 150.000 Indische doden.

Prof-emeritus dr. Jan Bank van de Universiteit van Leiden, o.m. medewerker van dr. Loe de Jong van het RIOD en docent van prinses Beatrix,bevestigde de oorlogsmisdaden die Limpach beschreef. Hij zei: ´Geweldsexcessen waren inherent aan dit soort oorlogen Nederlandse soldaten schoten hier vaak op alles wat bewoog´.

Deelnemer prof dr. Gert Oostindie van de Universiteit van Leiden relativeerde de uitgebreide documentatie van Limpach, door te stellen dat meer onderzoek nu niet echt meer nodig is en de rol van de historici nu eigenlijk klaar was. Van hem verscheen vorig jaar 'Soldaat in Indië", waarin echter minder documentatie over de enorme aantallen oorlogsmisdrijven voorkomt. Hij vond het voldoende dat de Tweede Kamer nu een onderzoek heeft aangekondigd en de ministers Koenders en Hennis hebben gesteld daaraan te zullen meewerken. Oostindies idee niet door alle aanwezigen gesteund.

Ook de AFVN-Bond van Antifascisten nam deel aan het symposium en is er positief over 'omdat ook dit bijdraagt aan het duidelijk maken van de enorme omvang van de oorlogsmisdrijven van Nederlandse soldaten' zegt woordvoeder Arthur Graaff. 'Met name veel veteranen hebben een grotere blokkade om te komen tot erkenning van deze grootste oorlogsmisdaad uit de Nederlandse geschiedenis.' De bond dringt ook aan op een rechtvaardige afhandeling van de oorlogsmisdrijven en werkt daarin samen met de Pondaags Stichting Comité Nederlandse Ereschulden.

Opvalland was voor de antifascisten wel het ontbreken van een directe oproep van het symposium tot gerechtigheid voor de slachtoffers. Graaff: 'Wij willen natuurlijk niet alleen gerechtigheid voor de nog overlevende slachtoffers en familieleden van vermoorde en gemartelde mensen, maar ook voor de dienstweigeraars. Zij werden over het algemeen als pure misdadigers behandeld, en kregen alleen enige kerkelijke steun van de Doopsgezinden. Zij verdienen nu algeheel rechtsherstel.'

De bond gaat de zaak van de oorlogsmisdaden zaterdag ook aan de orde stellen op het Europese jaarcongres van de Fédération Internationale des Résistants (FIR) in Praag, waar verzetsorganisaties uit de meeste voormalige nazi-bezette landen aan deelnemen. De verwachting is dat de FIR een sterke aanbeveling aan de Nederlandse regering zal doen, om deze zaak nu eindelijk definitief en moreel fatsoenlijk af te handelen.