AFVN

Kapitalisme, de Brexit en Europees rechts

28 juni 2016 - Alle keren dat inwoners van EU-landen zich konden uitspreken over de ‘Europese’ politiek en in meerderheid nee hebben gezegd, zijn die uitspraken op autoritaire wijze genegeerd. De Europese Grondwet werd het Verdrag van Lissabon; de afwijzing van de afbraakpolitiek van de Eurozone in Griekenland werd genegeerd; en ook al werd het EU-Associatieverdrag met Oekraïne in april dit jaar door Nederland verworpen, de geadresseerden houden zich doof.

En nu heeft een meerderheid van de Britse kiezers gestemd voor het vertrek uit de EU, daarmee uiting gevend aan een in alle EU-landen levend verzet tegen de afbraakpolitiek ten behoeve van de allerrijksten, en tegen het dogma van de vrije markt. De paradox is dat Groot-Brittannië een van de belangrijkste aanjagers van die politiek is geweest… en nog steeds is.

‘Europa’ is altijd een kapitalistisch project geweest, maar onder wisselend gesternte. Tussen 1945 en de jaren 80 was het kapitalisme in Europa gebaseerd op een drietal compromissen: ten eerste tussen het kapitaal en de georganiseerde arbeid, ten tweede tussen Oost en West, die het continent in Jalta hadden opgedeeld in een Amerikaans- en een Sovjetblok; en ten derde, een compromis tussen Frankrijk en West-Duitsland.

Het einde van het compromis-tijdperk

Frankrijk was in de periode tussen de lancering van het EGKS-plan in 1950 en de val van de Muur in 1991 de voornaamste architect van de Europese eenwording. Telkens wanneer de VS (vaak samen met Engeland) druk uitoefenden om West-Duitsland politiek, militair en economisch meer de ruimte te geven, kwam Parijs met een ‘Europees’ alternatief. West-Duitsland moest zich daarbij neerleggen omdat Frankrijk formeel nog steeds een bezettingsmacht was van het verslagen buurland. De macht die West-Duitsland zo verwierf, was dus altijd ingebed in een Europees verband.

Pas in 1973 trad ook Groot-Brittannië toe tot de Duits-Franse as omdat de traditionele band met Noord-Amerika op een dieptepunt was aangeland. De VS zat aan de grond door Vietnam, de dollarcrisis en Watergate, terwijl de Zes op het continent sterker leken te worden.

Toen Duitsland in 1991 de ineengezakte DDR annexeerde en van de vier bezettingsmachten zijn volledige soevereiniteit terugkreeg, viel het compromis waarop de West-Europese integratie rustte, dan ook weg. Op de valreep sleepte Frankrijk nog een laatste resultaat uit het vuur: de euro, die de onvermijdelijke opmars van de Duitse mark op de valreep omzette in een ‘Europese’ munt-annex-rentevoet.

Vóór dit EG-compromis waren de twee andere compromissen al gesneuveld.

In 1979 had Margaret Thatcher in Groot-Brittannië de aanval ingezet op de vakbonden; het kapitaal was immers weer sterk genoeg om de na de Depressie en twee wereldoorlogen aan de arbeid gedane concessies in te trekken en ging op zoek naar goedkope, ongeorganiseerde arbeid. Doordat eveneens in 1979 een radicale renteverhoging een eind maakte aan de dollarinflatie, werd het ene na het andere land in een schuldencrisis gestort, die landen dwingt tot productie voor de export.

In 1980-81 ten slotte lanceerde de VS onder Reagan een nieuwe Koude Oorlog tegen het Sovjetblok en de Derde Wereld.

In de loop van de jaren 80 ging het kapitalisme derhalve een nieuwe fase in. Van het ‘corporatief liberalisme’ met zijn compromissen, naar het neoliberalisme waarin de markt het antwoord op alle maatschappelijke problemen moet zijn.

Door het wegvallen van het alternatieve systeem van het staatssocialisme is het neoliberale kapitalisme echter gaandeweg ontaard in een orgie van speculatieve kapitaalbewegingen, ten koste van lange-termijninvesteringen. De Londense City is daarin een belangrijke draaischijf.

De EU is van die politiek in Europa het doorgeefluik, maar in Groot-Brittannië is het wantrouwen tegen de toegenomen macht van Duitsland groot. Onder Thatchers opvolgers heeft het land zich steeds verder van de EU verwijderd en aan de euro wilde het al helemaal niet meedoen. Dus zo’n verrassing is de Brexit nu ook weer niet.

De bevolking van de EU-landen is beland in een ‘risico-maatschappij’ die vanuit Brussel wordt aangestuurd en waaruit elke bestaanszekerheid verdwijnt. Landen die niet in de pas lopen zoals Rusland en China worden met oorlog bedreigd, het Midden-Oosten geplunderd. Geen grens wordt meer erkend, geen compromis meer geaccepteerd. In deze uiterst instabiele, extreem ongelijke verhoudingen komen grote migratiestromen op gang. Voor het kapitaal zijn die nieuwkomers slechts nieuwe bronnen van goedkope arbeid, maar voor de grote massa van de bevolking betekenen ze het definitieve einde van de resterende sociale bescherming.

Tegen het ‘Europa’ dat dit alles niet slechts toelaat, maar actief bevordert, groeit het verzet. Helaas wordt dit op de eerste plaats gemobiliseerd door nationalistisch rechts, ook in Groot-Brittannië. Als dit verzet zich niet ook weet te keren tegen de xenofobie en het racisme van rechtspopulisten zoals Nigel Farage, Marine Le Pen en Geert Wilders, kan de Brexit-crisis een gevaarlijke autoritaire wending nemen, ja zelfs uitlopen op een grote oorlog.

Dit artikel verscheen eerder op comitevanwaakzaamheid.org