AFVN

NON-PAPER (Servische ambassade in Nederland; vertaling Ben Braam)

- Een aantal stappen genomen door de officiële autoriteiten van de Republiek Kroatië, die haar revisionistische politiek weerspiegelen, gericht op de rehabilitatie van de fascistische entiteit genaamd de "Onafhankelijke Staat Kroatië" (NDH), en die de misdaden weerspiegelen gepleegd tegen de Servische bevolking tijdens het conflict van de jaren 1990, geven aanleiding tot grote bezorgdheid in de Republiek Servië. De politiek van het hedendaagse Kroatië heeft geleid tot een toename van het aantal etnisch gemotiveerde incidenten gericht tegen leden van het Servische volk, en is tevens gericht op het creëren van een atmosfeer waarin het toegestaan is om misdaden tegen Serviërs te plegen en daarbij ongestraft te blijven.

- De Onafhankelijke Staat Kroatië was een Quisling entiteit, die tot stand kwam in een deel van het bezette Koninkrijk Joegoslavië en die, met de hulp van Hitler-Duitsland, tussen 1941 en 1945 onder leiding stond van het Ustasha regime. Het wordt herinnerd door haar wreedheden begaan tegen Serviërs, Joden, Roma en politiek niet-gelijkgestemden die zich verzetten tegen de invoering van een ideologie die gericht was op het creëren van een etnisch gezuiverd Kroatische staat. Het NDH manifest, opgesteld door Mile Budak, diezelfde persoon naar wie vele straten in het huidige Kroatië zijn genoemd, riep op Kroatië te reinigen van Serviërs, door het doden van een derde van hen, door het verdrijven van de andere een derde, en door het assimileren van het resterende een derde. Concentratiekampen werden opgezet op het NDH grondgebied, waarvan de meest beruchte Jasenovac was, over welke van de monstruositeiten werd getuigd door de gezant van Hitler in Zagreb, die het door Ustasha geleide concentratiekamp beschreef als de "kern van het kwaad". De Joegoslavische Staatscommissie schatte in 1946 dat de Jasenovac sterftecijfers varieerden van 500.000 tot 600.000 mensen, voornamelijk Serviërs.

- Er zijn veel gevallen bekend van incorrecte handelingen door de Kroatische autoriteiten, handelingen ongekend in de geschiedenis van het moderne Europa, en die tot grote onrust hebben geleid bij zowel de burgers van de Republiek Servië als ook van de Serven die burgers zijn van de Republiek Kroatië:

" De uitspraak van schuldig, gegeven aan aartsbisschop Aloysius Stepinac, werd terug gedraaid op 22 juli 2016. Stepinac werd in 1946 veroordeeld door het Hooggerechtshof van Kroatië, tot zestien jaar gevangenis, op beschuldiging van samenwerking met het Utasha pro-fascistische regime en de gedwongen religieuze bekering van de Servische bevolking. Deze beslissing werd gekenschetst als "moreel schandalig en een belediging van de Ustasha slachtoffers" door de directeur Efraim Zuroff van het "Simon Wiesenthal Centrum" in Jeruzalem, en evenzeer zijn de publieke optredens en verklaringen van de regering van de Republiek Kroatië en de Kroatische overheden , geen bijdrage aan een verzoening en helpen deze niet mee aan de stabilisatie van de regionale situatie, en zijn zij strijdig met de fundamentele verworvenheden van onze beschaving, op basis waarvan de VN en de EU werden opgericht;
" Het vonnis uitgesproken door het Hooggerechtshof van Kroatië op 28 juli 2016, zijnde de terugdraaiing van een eerste beschikking waarbij Branimir Glavas en anderen werden schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden tegen de burgerbevolking, in het bijzonder tegen de Servische burgers in Osijek, inclusief de terug verwijzing naar de eerste rechter voor een nieuw proces, zijn onverklaarbaar zowel vanuit juridisch als moreel oogpunt. Overigens was dat een van de weinige uitspraken van schuldig aan oorlogsmisdaden tegen Serviërs uitgesproken door de Kroatische rechterlijke macht aan een Kroatische beambte;
" In een tijd waarin de mensheid zich verenigd in haar inspanningen in de strijd tegen het terrorisme, de grote plaag van de moderne wereld, wordt de verheerlijking daarvan belichaamd door de onthulling van een monument voor Miro Barisic (Drage, 30 juli 2016), een terrorist die uiteindelijk werd veroordeeld voor een verraderlijke moord op de Joegoslavische ambassadeur in Zweden Vladimir Rolovic, in 1971. Het monument werd onthuld in de aanwezigheid van twee ministers van de Kroatische regering, die zich niet distantieerden van deze daad onwaardig aan het Europa van de 21e eeuw en die daarmee duidelijk hadden kunnen maken dat zij het terrorisme niet ondersteunen wie de aanstichters of de slachtoffers ook zijn;
" In tal van gevallen slagen de Kroatische autoriteiten er niet in om op te treden tegen of tonen de Kroatische beambten een gebrek aan respons op en een publieke veroordeling van etnisch gemotiveerde incidenten op het gehele grondgebied van de Republiek Kroatië hetgeen aanzienlijk heeft bijgedragen tot de escalatie van hatelijke taal en anti-Servische sentiment evenals een verhoogde frequentie van incidenten tegen Serviërs als de grootste nationale minderheid in de Republiek Kroatië. De sfeer van straffeloosheid voor misdaden tegen Serviërs en de schending van hun rechten kunnen alleen overwonnen worden door prompte reacties van de Kroatische autoriteiten. Dit impliceert ook een adequate vervolging van de daders achter de incidenten. Bijzonder zorgwekkend is de gerezen tolerantie naar mensen die voortdurend in het openbaar de Ustasha groet "Klaar voor het vaderland" ("Za dom Spremni") promoten, als gevolg waarvan graffiti en geschriften met hakenkruizen en Ustasha symbolen worden aangebracht, zelfs op Servische orthodoxe tempels en monumenten gewijd aan antifascisten die vermoord werden in de Tweede Wereldoorlog. Een andere bron van zorg zijn de incidenten, die de "Operatie Storm" van augustus 1995 markeren en daarmee de etnische zuivering van meer dan 200.000 Serviërs verheerlijken, begeleid door Ustasha slogans en liederen van de Kroatische zanger Marko Perkovic Tompson, die het Ustashisme bejubelen en bedreigingen uiten aan Serviërs. Helaas zijn er vele voorbeelden van soortgelijke chauvinistische uitbarstingen die de Kroatische autoriteiten niet voorkomen of veroordelen, maar waar ze juist actief aan bijdragen. Deze betreffen ook het marcheren van personen in zwarte uniformen die in nazi-stijl salueren, en daarmee de NDH verheerlijken, op het centrale plein in Zagreb, op 28 februari 2016, evenals het toelaten van de stormloop van NDH supporters op 27 juli, tijdens de viering van de 75ste verjaardag van de antifascistische opstand in de stad Srb, op een manier die doet denken aan wat we kunnen waarnemen op elke 21ste juni in de afgelopen drie jaren tijdens de Jadovno herdenkingsdagen - de plaats waar tienduizenden Serviërs en Joden in kuilen werden gegooid in het begin van 1941.

- De Republiek Servië blijft zich daadwerkelijk inzetten voor een gemeenschappelijke toekomst in Europa, voor de bevordering van regionale samenwerking en goed nabuurschap met Kroatië, gebaseerd op respect voor het antifascistische erfgoed dat ingebouwd is in de grondslagen van zowel het EU-project als de hedendaagse beschaving. De Republiek Servië verwacht dat de internationale gemeenschap de activiteiten en manifestaties die leiden tot de verheerlijking en rehabilitatie van het nazisme en fascisme in elk deel van de wereld krachtig veroordeelt, met geen uitzondering voor de huidige gebeurtenissen in de Republiek Kroatië. Verder verwachten we de veroordeling van de escalatie van de etnisch gemotiveerde incidenten tegen personen die behoren tot de Servische gemeenschap, alsmede van handelingen die ongestraft blijven en waarmee wel de veiligheid en de rechten van de Serviërs in gevaar worden gebracht, en doen we een beroep op de Kroatische autoriteiten om maatregelen te nemen die erop gericht zijn om een einde te maken deze verontrustende trends, volledig vast te houden aan de beginselen van de rechtsstaat en van de rechtsstaat zelf, in overeenstemming met de waarden en normen van de EU, waarvan Kroatië een lidstaat is. De onverenigbaarheid van deze waarden en principes, die ten grondslag liggen aan de internationale orde van na de Tweede Wereldoorlog, met gebeurtenissen en praktijken die terroristen, oorlogsmisdadigers en fascisten bejubelen als nationale helden is meer dan duidelijk en de internationale gemeenschap mag in deze niet blijven zwijgen.

Dit artikel mag vrij gebruikt en gedeeld worden.