AFVN

Syrië: opstand of interventie?

Auteur: Marc Botenga *

Het conflict in Syrië is ondertussen uitgegroeid tot een van de meest bloedige humanitaire drama’s van deze eeuw. In een land met iets meer dan 20 miljoen inwoners zijn er meer dan 110.000 doden, 2 miljoen vluchtelingen en 5 miljoen binnenlandse vluchtelingen. Hoe is het zo ver kunnen komen?

Democratisch en sociaal deficit

De onrust in Syrië begint tussen januari en maart 2011 met beperkte betogingen. Er is op dat moment geen sprake van een ‘beweging’, maar eerder van protesten met onderscheiden eisen en oorzaken. Pas in de tweede helft van maart vindt in de stad Daraa, nabij de grens met Jordanië, een eerste echt gewelddadige escalatie plaats. Op 18 en 19 maart worden betogingen voor de vrijheid van jonge graffittispuiters, ondersteund door lokale religieuze netwerken, met traangas uiteen gedreven. De dag erna vallen betogers de lokale rechtbank en de lokale zetel van de regerende Baathpartij aan. De regering reageert door troepen naar Daraa te sturen.

Het Westen kadert de gebeurtenissen in de zogenaamde ‘Arabische Lente’: de Syriërs zouden in opstand komen tegen dictatuur en voor democratie. Het is duidelijk dat het lokale politieke systeem weinig democratisch functioneerde. Hoewel er verkiezingen waren, in tegenstelling tot andere landen van de regio, werden Hafez Al-Assad en zijn zoon, de huidige president Bashar Al-Assad, per referendum en zonder concurrentie als president bevestigd. Er was ook al sinds 1963 (!) een noodtoestand van kracht, die in naam van nationale veiligheid vele grondwettelijke rechten opschortte. Eerder kwamen ook de Koerden al in opstand.[1] Een deel van de hogeropgeleide seculiere middenklasse was al langer voorstander van liberale hervormingen. Vroegere onrust deed Bashar Al-Assad al in 2005 hervormingen beloven.

Toch had het succes van de opstand in volkswijken meer te maken met de hervormingen die Syrië wél doorvoerde, dan met de hervormingen die de regering niét doorvoerde. De Baathpartij kwam in 1963 aan de macht met een op het socialisme geïnspireerde ideologie. Belangrijke ondernemingen werden genationaliseerd en de regering probeerde de ontwikkeling van bepaalde achtergestelde ‘regio’s te stimuleren en de inkomensongelijkheid aan te pakken. Sinds de jaren negentig voerde Hafez Al-Assad echter een aantal liberaliseringsmaatregelen door, die vooral een kleine elite ten goede kwamen.

Na de machtsovername door Bashar Al-Assad kwamen de hervormingen in een stroomversnelling.[2] In 2001 legaliseerde Syrië private banken. In 2004 begon het een aandelenmarkt te organiseren. Nieuwe wetten pasten belastingen en eigendomsrechten aan. Het land begon ook steeds meer vrijhandelsakkoorden te sluiten met andere leden van de Arabische Liga. Zo trad het, samen met zestien andere Arabische landen, toe tot de Greater Arab Free Trade Area (GAFTA). Ook met Turkije, Jordanië, Wit-Rusland en Slovakije werden vrijhandelsakkoorden afgesloten, terwijl met de Europese Unie een associatieakkoord werd onderhandeld.

De Europese Unie en de Verenigde Staten moedigden dit liberaliseringsproces aan, maar voor de meeste Syriërs betekende het niet echt een vooruitgang. Het voorbeeld van de gezondheidszorg is frappant. Het grootste project dat de EU sinds 2002-2003 promootte in Syrië was een ‘modernisering’, lees: liberalisering van de gezondheidszorg. Europa negeerde de goede resultaten van het bestaande gezondheidsbeleid in Syrië en promootte een neoliberale agenda via het Health Sector Modernization Programme (HSMP). EU-documenten, zoals het Nationale Indicatieve Programma en de Strategy Paper uit 2007, stelden dat gratis gezondheidszorg voor de Syriërs niet houdbaar zou zijn. De EU drukte op het belang van partnerschappen met de private sector, een manier om rechtstreeks de privatisering van ziekenhuizen te promoten.

De laatste drie decennia waren de gezondheidsindicatoren in Syrië nochtans al aanzienlijk verbeterd. De levensverwachting bij geboorte ging van ongeveer 56 jaar in 1970 naar 72 in 2006. De kindersterfte daalde van 132 per 100.000 levendgeborenen in 1970 naar 14 in 2010, en de moedersterfte van 482 per 100.000 levendgeborenen tot 45. Syrië deed het beter dan Egypte en Jordanië, landen met een hoger bruto binnenlands product. Deze resultaten waren te danken aan de regeringspolitiek, bestaande uit een mix van curatieve en preventieve gezondheidsdiensten, over het algemeen gratis, via een netwerk van openbare basisgezondheidscentra en ziekenhuizen. ‘Dankzij’ de EU moesten de Syriërs, onder meer in Latakia en Daraa, nu steeds meer betalen voor hun gezondheidszorg. Dat leidde tot een vermindering van de toegankelijkheid van deze zorg.[3]

De socio-economische liberalisering kwam een kleine elite ten goede, maar het volk keek aan tegen jobverlies, hogere prijzen en, voor de armen in de steden, zelfs honger.[4] De Syriërs hadden al jaren moeite met deze neoliberale politiek. De door de EU gepromote hervormingen waren de druppel die de emmer deed overlopen.[5] Zeker toen ook de prijzen voor voedsel en benzine in 2011 en 2008 de hoogte in schoten.[6] Doordat de staat zijn sociale functie steeds meer uit handen gaf, verloor hij een stuk legitimiteit. Fundamentalistische islamisten die via religieuze netwerken een vorm van liefdadigheid organiseerden, zouden daar handig van gebruik maken.

Buitenlandse inmenging en een niet-uitgevoerd vredesplan

De reactie van de regering op de eerste betogingen is drievoudig. Ten eerste is er repressie, waarbij Bouthaina Shaaban, adviseur van Bashar Al-Assad, benadrukt dat de president geen bevel heeft gegeven om op betogers te schieten.[7] Ten tweede proberen de autoriteiten de situatie te kalmeren via formele en informele contacten met leden van de oppositie. Op 29 maart neemt de Syrische regering ontslag in de hoop zo de betogers te kalmeren. De oppositie verenigt zich op dat moment in een Nationaal Coördinatiecomité voor Democratische Verandering, dat vooral hervormingen vraagt, eerder dan het ontslag van Bashar Al-Assad.[8] Ten derde vragen de Syrische autoriteiten de bevolking haar steun voor Bashar Al-Assad te tonen. Honderdduizenden komen hiervoor eind maart op straat in verschillende steden, zoals Hama, Aleppo en Damascus.[9]

Ondanks het feit dat Assad de noodtoestand inderdaad opheft, verhevigen de protesten. Op 8 april worden er bijvoorbeeld in Daraa naast drieëntwintig betogers ook negentien leden van de politie en de ordediensten gedood.[10] Het Syrische leger sluit de stad van de buitenwereld af. De harde aanpak van het leger kost het leven aan vele burgers, maar zet ook een aantal soldaten aan tot desertie. Het Westen stimuleert deze desertie met al dan niet reële beloftes van financiële steun. Deze overlopers vormen enkele maanden later de basis van het zogenaamd Vrije Syrische Leger, een georganiseerde militaire oppositie.

Ook in Homs komt het leger tussenbeide. In mei 2011 gaat het daar echter niet meer alleen om vreedzame betogers. De gewapende aard van de opstand in Homs maakt het voor de regering moeilijk om de stad weer onder controle te krijgen. Er komen meer openlijke tekenen van buitenlandse inmenging in het Syrische conflict. In augustus zegt Obama in Washington dat Assad ontslag moet nemen. De Syrische autoriteiten stellen zich ook vragen bij de rol van de Amerikaanse ambassadeur Robert Ford. Deze was begin augustus in Hama gesignaleerd, zonder toestemming en vlak voor een grote betoging.[11] Ook Turkije keert zich openlijk tegen Assad.

Tegen september 2011 komen in heel Syrië honderdduizenden mensen op straat. Op 2 november aanvaardt Syrië een vredesplan van de Arabische Liga. De afspraak is dat de autoriteiten het leger terugtrekken uit de straten, politieke gevangenen vrijlaten en onderhandelingen met oppositiegroepen heropstarten. De deal eist niet het opstappen van Assad.[12] De Syrische autoriteiten zelf vragen een eind aan de propagandaoorlog die door zenders als Al Jazeera, gebaseerd in Qatar, en Al Arabiya, pro Saoedi-Arabië, tegen de Syrische regering werd gevoerd. Ook eist Syrië een einde aan de wapensmokkel naar de rebellen via Libanon en Jordanië.

De overeenkomst wordt nooit uitgevoerd. De Arabische Liga geeft Syrië unilateraal de schuld en schorst het land. De – niet verkozen – koning van Jordanië roept om het aftreden van Assad, en de Liga legt, net als het Westen, steeds strengere sancties op. Toch stelt de Syrische regering in december het land open voor Arabische waarnemers. Human Rights Watch, een Amerikaanse mensenrechtenorganisatie die tijdens de Koude Oorlog gesticht werd met de bedoeling mensenrechtenschendingen in de Sovjet-Unie te benadrukken, legt op dat moment de nadruk op de repressie van regeringszijde.[13] De door hen in december 2011 geciteerde cijfers zijn nochtans interessant. Zo telt het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties (VN) dan iets boven de 4000 doden. Een monitoring van de Lokale Coördinatie Comités, lid van de oppositie, heeft het over 3934 gedode burgers. De Syrische autoriteiten rapporteren op dat moment iets meer dan 1100 gedode politie- en ordetroepen. Eén op vier doden is dus een politieagent. Het geweld is tweerichtingsverkeer.

Hoewel de Arabische waarnemingsmissie eind januari om ‘veiligheidsredenen’ wordt afgebroken, komt ook die met een interessant rapport. Het rapport nuanceert het beeld van een regime dat unilateraal zijn volk aan het uitmoorden is. In Homs, Daraa en Idlib zagen de waarnemers rebellen geweld gebruiken tegen zowel regeringstroepen en politie als onschuldige burgers.[14] Op 15 januari kondigt Bashar Al-Assad toch een algemene amnestie af voor allen die sinds maart omwille van politieke activiteiten gearresteerd werden. Ook over de terugtrekking van regeringstroepen uit stadscentra was het rapport genuanceerd: er waren nog troepen aanwezig, maar vele militaire voertuigen, tanks en zwaar geschut waren teruggetrokken. Er was ook de vaststelling dat de regering met betogers in bepaalde steden, zoals Zabadani en Madaya, een akkoord sloot. Onderhandelingen tussen Syriërs waren duidelijk nog mogelijk.

Het genuanceerde rapport wordt in het Westen bekritiseerd of doodgezwegen. Logisch, want op 4 februari wil het Westen in de VN-Veiligheidsraad laten stemmen over een anti-Assadresolutie. Nuance past dan niet. Rusland en China stellen hun veto. Vier dagen na de mislukte stemming in de Veiligheidsraad stellen de VN en de Arabische Liga dan maar voor een nieuwe missie te sturen.[15] Was de veiligheidssituatie, de officiële reden achter het afbreken van de vorige, dan plots zo veel verbeterd in Syrië? Natuurlijk niet. De vorige missie werd afgebroken omdat ze geen reden kon produceren om actie tegen Syrië te rechtvaardigen.

Ondanks het bloedvergieten is het belangrijk de zaken in perspectief te blijven zien. Saraa Saleh, een Syrische die in België woont, vertelt: “In het begin, het eerste half jaar tot een jaar, werd er fel overdreven. Het hele land bleef vrij stabiel. Enkel in Homs en in het oosten van het land waren er echt problemen. Het dagelijkse leven veranderde niet echt.”[16]

Gewapende opstand en escalatie

Vanaf eind 2011 gaat de situatie echter snel achteruit. Het aantal vreedzame betogingen vermindert. In de plaats komen vooral strijders verbonden met het Vrije Syrische Leger en islam-fundamentalistische rebellen. De Syrische autoriteiten zetten steeds meer zwaar geschut in. In enkele maanden verdubbelt het aantal doden. Nochtans lijken de Syrische autoriteiten open te staan voor hervormingen. Er komt een referendum om de grondwet te wijzigen. Ondanks een boycot van de oppositie stemt 57,4 procent van de bevolking. De nieuw aangenomen grondwet stelt niet langer dat de Baathpartij de ‘leidende kracht’ van staat en maatschappij is.

Speciaal VN-gezant Kofi Annan onderhandelt ondertussen een staakt-het-vuren, maar dat stuikt in mei 2012 in elkaar na een moordpartij in de stad Houla, waarbij 108 doden vallen, onder wie meer dan veertig kinderen. De rebellen en de internationale gemeenschap wijzen onmiddellijk met een beschuldigende vinger naar Assad. De Duitse krant Frankfurter Allgemeine stelt hier echter vragen bij op basis van getuigen van de vreedzame oppositie.[17] Ook de Berliner Morgenpost schrijft dat de meeste slachtoffers Alawieten zijn, een sjiïtische sekte waar ook Assad toe behoort, maar dat niemand in Houla nog vrij durft te spreken, uit angst voor represailles van de gewapende rebellen die de stad controleren.[18]

De escalatie is hoe dan ook ontegensprekelijk. Tegen eind 2012 spreekt men over 50.000 doden, tegen midden 2013 over 100.000. Westerse media blijven de gebeurtenissen bekijken als de strijd van ‘het volk tegen een tiran’, maar het Syrian Observatory for Human Rights verklaart dat 43,2 procent van de doden, bijna de helft dus, aanhangers van de Syrische autoriteiten zijn.[19] De gewelddadige escalatie heeft vooral te maken met de toenemende kracht van gewapende rebellen, waar de regering dan nog sterker op reageert. Maar waar komt die kracht vandaan?

De opstand is op zijn minst sinds november 2011 geen puur Syrische aangelegenheid meer. In november wordt in Qatar de Syrische Nationale Raad opgericht, die zich nadien zal omvormen tot Syrische Nationale Coalitie. In tegenstelling tot het Coördinatiecomité vraagt de Syrische Nationale Raad al snel om buitenlandse steun en de omverwerping van de regering Assad. Vele Westerse landen erkennen als dank de Coalitie als de “legitieme vertegenwoordiger van het Syrische volk”. Een door Wikileaks gelekt verslag van een discussie op het Pentagon suggereert dat de buitenlandse interventie reeds op dat moment heel ver gaat.[20] Special Operations Forces van verschillende landen (de VS, Frankrijk, Groot-Brittannië, Jordanië en Turkije) voeren op het terrein verkenningsopdrachten uit en trainen oppositiegroepen. Uitgesproken bedoeling is via terroristische aanslagen en gerichte moorden het Syrische leger en de Syrische staat te doen instorten, indien mogelijk zonder een openlijke militaire campagne. Dat laatste is, zo heet het, moeilijker dan in Libië omwille van het Syrische afweergeschut. Tenzij de media heel sterk zouden inzoomen op een moordpartij om zo’n ingrijpen te rechtvaardigen, schatten de militairen de kans op militaire interventie laag in.

De vroegere Franse minister van Buitenlandse Zaken Roland Dumas onderlijnt dat de Britten al sinds 2011 mensen opleiden om Syrië te destabiliseren.[21] Al in 2007 beweerde de Amerikaanse journalist Seymour Hersh dat de VS geheime operaties opzetten in zowel Syrië als Iran.[22]

Voor Aram Karabet, die dertien jaar in de gevangenis zat onder Assad, was de keuze van het Westen voor de gewapende rebellen niet onschuldig. Ook voor hem was het doel duidelijk: “de vernietiging van de infrastructuur van het land.”[23] De gewapende steun aan de meest extreme rebellen en islam-fundamentalisten, van wie een deel uit het buitenland komt, ontnam de Syriërs hun revolutie, zegt hij. Als om Karabet gelijk te geven, kondigde Obama op 3 september 2013 aan dat de eerste volledig door de CIA opgeleide rebellenbrigade zich bij de strijders zou voegen.[24]

Deze escalatie is ook rechtstreeks verantwoordelijk voor het succes van fundamentalistische islamitische bewegingen zoals Jebhat Al-Nusra of de Islamic State of Iraq and the Levant. Verschillende stemmen, zoals Haytham Manna van het Nationale Coordinatiecomité, wijzen er trouwens op dat de VS in Saoedi-Arabië ook met Jebhat Al-Nusra gesprekken voerden. De buitenlandse materiële en militaire steun voor de gewapende opstand wordt in het Westen als ‘oplossing’ voor het conflict voorgesteld, onder andere door mensen als Guy Verhofstadt, ngo’s en zelfs linkse politieke bewegingen. Maar die steun gooide olie op het vuur en marginaliseerde degenen die een politieke uitweg wilden. Steun aan de rebellen maakte een politieke oplossing minder, niet méér waarschijnlijk. Op verschillende plaatsen, onder meer in de stad Aleppo, kwam de Syrische bevolking in mei 2013 op straat tegen de rebellen.[25]

Het steekspel rond de chemische wapens

Wat de escalatie echter niet bereikte was de ineenstorting van de Syrische staat. Integendeel, nadat de Syrische autoriteiten de rebellen in juni 2013 uit de stad Qussair verjagen, lijken de troepen van Bashar Al-Assad steeds meer aan de winnende hand. Net dan, op 21 augustus, zoomen de media in op een moordpartij met chemische wapens in Ghouta, nabij Damascus. Assad zou gifgas gebruikt hebben tegen onschuldige burgers. Volgens plan leggen de VS een open oorlog als optie op tafel. Hoewel de Syrische autoriteiten iedere betrokkenheid ontkennen en VN-waarnemers toelaten Ghouta te bezoeken, wensen Frankrijk en de Verenigde Staten niet op de conclusies te wachten.

Die worden pas midden september 2013 gepubliceerd. Ze bevestigen dat gifgas gebruikt werd, maar geven geen uitsluitsel door wie. Samen met de Amerikaanse en Britse regering beschuldigt Human Rights Watch toch de Syrische regering.[26] Rusland beweert echter over sterke aanwijzingen te beschikken dat de rebellen achter de aanval zaten. In mei 2013 had Carla Del Ponte, lid van de VN onderzoekscommissie over Syrië, ook al gesteld dat de rebellen gifgas zouden gebruiken.[27]

Waren Amerikanen, Fransen en Britten wel geïnteresseerd in de ware toedracht van de zaak? Of wilden ze per se een militaire interventie forceren om de rebellen de overhand te geven of ten minste een overwinning van Assad uit te sluiten? Het verrassende “nee” van het Britse parlement op 30 augustus steekt hier een stokje voor.[28] Gezien het gebrek aan internationale steun voor militaire interventie voelt Obama zich verplicht de goedkeuring van het Amerikaanse Congres te vragen. Dit uitstel laat Rusland toe, in samenspraak met leden van de vreedzame oppositie en de Syrische regering, met succes een diplomatiek voorstel op tafel te leggen: de vernietiging van de Syrische chemische wapens. Op 27 september stemt de VN-Veiligheidsraad unaniem een resolutie in deze zin, en kan begonnen worden met het moeizaam proces van de lokalisering en ontmanteling van het Syrische chemisch arsenaal.

Parallel wordt door Rusland, China, het Coördinatiecomité van de Syrische oppositie en de Syrische regering ook gewerkt aan het heropstarten van de diplomatieke gesprekken in Genève om tot een politieke oplossing te komen. De Nationale Coalitie beseft dat een militaire aanval op korte termijn onwaarschijnlijk is geworden en stemt hier op 22 september schoorvoetend in toe. Maar eind oktober verzet de Nationale Raad, het belangrijkste lid van de Coalitie, zich weer tegen onderhandelingen.[29] Dit proces zou moeten leiden tot een nieuwe vredesconferentie in Genève, waarschijnlijk in november.

De internationale context

De verantwoordelijkheid van het Westen in de escalatie van het Syrisch conflict is overdonderend. En dat is niet toevallig, want Syrië past in de langetermijnstrategie van de VS voor de regio. Aan het einde van de Koude Oorlog formuleerde het Amerikaanse Defense Planning Guidance het strategische doel van de VS als volgt: “Het vermijden van de opkomst van een nieuwe rivaal, die een bedreiging zou vormen van dezelfde orde als die van de Sovjet-Unie vroeger.”[30] Dit document vormde de leidraad voor de buitenlandse politiek van de vorige VS-president George W. Bush. Zijn opvolger, Barack Obama, veranderde deze strategische doelstelling niet fundamenteel. Volgens hem moeten de VS een “primus inter pares” zijn, de eerste tussen formeel gelijken.

Door hun economische groei lijken India en China een centrale rol in de wereld te kunnen gaan spelen. Hoewel beide landen nog veraf staan van de Amerikaanse militaire macht, vormt hun politieke onafhankelijkheid op termijn een risico voor de Amerikaanse positie in de wereld. Beide landen zijn echter ook kwetsbaar: voor hun groei hebben ze enorme hoeveelheden olie en gas nodig, die ze vaak uit het Midden-Oosten betrekken. Ongeveer de helft van de wereldwijde olievoorraden en meer dan 41 procent van de gekende gasvoorraden bevinden zich in het Midden-Oosten.

Niet toevallig publiceerden de VS in 2004 een plan voor een “Nieuw Midden-Oosten”, dat tot doel had de regio via politieke en economische hervormingen nog vollediger onder controle te brengen. De VS hopen in geval van een open conflict de olie- en gaskraan naar China of India te kunnen dichtdraaien. Het grootste obstakel voor hun totale overheersing van het Midden-Oosten is de relatieve politieke en economische onafhankelijkheid van bepaalde landen, zoals Syrië. Wesley Clark, voormalig Amerikaans viersterrengeneraal en Navo-bevelhebber, vertelt hoe hij reeds in 2001 een geheime memo van de VS-autoriteiten te zien kreeg die uitlegde om welke landen het ging: “De memo beschrijft hoe we zeven landen gaan kapotmaken in vijf jaar, te beginnen met Irak, en dan Syrië, Libanon, Libië, Somalië en Soedan en tot slot Iran.”[31] Door hun problemen met de bezetting van Irak en Afghanistan hebben de VS wat vertraging opgelopen. Ook de Arabische revoltes en de economische crisis maakten het er niet makkelijker op voor de VS om alles te controleren zoals ze wilden. Maar toch is Soedan ondertussen opgesplitst in twee landen, zijn Irak en Libië platgebombardeerd en ligt er een wurgend economisch embargo rond Iran.

Landen als Qatar, Saoedi-Arabië en Israël hebben ook eigen doelstellingen. Zo hoopte Qatar het gas van het belangrijkste gasveld ter wereld (North Dome/South Pars) dat het deelt met Iran via Saoedi-Arabië, Jordanië en Syrië naar Turkije te transporteren om het van daaruit op de Europese markt te verkopen.[32] Assad koos echter voor de ontwikkeling van een gasleiding vanuit Iran door Irak naar Syrië.[33] Voor Qatar, maar ook voor Saoedi-Arabië, was dit geen prettig vooruitzicht.[34] Saoedi-Arabië probeerde Rusland nog om te kopen door Rusland meer invloed in het Midden-Oosten te beloven. Toen dit mislukte beloofden de Saoedi’s de vredesgesprekken in Syrië te doen mislukken en een buitenlandse interventie uit te lokken.

Al deze landen hopen op een zwakker en meer meegaand Syrië. Voor Israël, dat met de Golanhoogte nog een stuk Syrië bezet houdt, is de verzwakking van het Syrische leger, tot voor kort een van de sterkste van de regio, een comparatief voordeel. In die zin is de VN-resolutie over de vernietiging van het Syrische chemische arsenaal objectief een versterking van Israël in de regio. Toch zijn deze landen nauwelijks soeverein. Saoedi-Arabië verkoopt olie, zijn grootste rijkdom, in de hoeveelheden en voor de prijs die Washington voorstelt. Het Saoedische volk heeft er niets over te zeggen. Qatar, waar iedere kritiek op de emir uit den boze is, is bijna drie keer kleiner dan België en zou geen seconde weerstaan aan Amerikaanse druk. En Israël krijgt van de VS jaarlijks miljarden dollars economische en militaire steun om zijn voortbestaan te garanderen. Alles wat deze landen doen gebeurt met de steun, of toch op zijn minst zonder expliciete tegenstand van Washington.

Ook Europese mogendheden hebben strategische doelstellingen in Syrië. De meeste Europese landen willen de VS niet te veel voor het hoofd stoten en hopen via Syrië meer gas uit het Midden-Oosten te halen, maar het is duidelijk dat er in Europa ook veel terughoudendheid was tegenover een militaire interventie. Het speelt een rol dat de Europese publieke opinie grotendeels tegen de oorlog is, maar er bestaan ook objectieve tegenstellingen binnen Europa.

Deze tegenstellingen hebben te maken met de strategische belangen van Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland. Frankrijk hoopt al jaren via programma’s als de Union pour la Méditerrannée (EuroMed) zijn vroegere economische invloed en dominantie in het Middellandse Zeegebied te herstellen.[35] Dit verklaart zijn onvoorwaardelijke steun aan onderdanige dictators zoals de voormalige president van Tunesië, Ben Ali, evenals zijn enthousiasme voor een oorlog tegen onafhankelijke landen als Libië en Syrië. Syrië nam herhaaldelijk kritische standpunten in binnen EuroMed. Libië nam tot voor de omverwerping van Khaddafi zelfs geen deel aan de EuroMed-activiteiten.

Groot-Brittannië heeft altijd een sterke band gehad met de VS, maar het Britse parlement zag een nieuwe oorlog niet zitten na de Britse militaire avonturen in Irak, Afghanistan en Libië. Duitsland heeft minder directe belangen in het Middellandse Zeegebied, met uitzondering van ex-Joegoslavië en enkele zonne-energieprojecten in Noord-Afrika, en kijkt traditioneel meer naar Oost-Europa en Rusland. Daarom was het minder enthousiast voor een interventie in Syrië.

Objectief en subjectief anti-imperialisme

De relatie tussen Assads Syrië en het Westen is geen zwart-witverhaal. In de hoop economische groei te stimuleren opende Bashar Al-Assad zijn land voor internationale investeringen en stond hij relatief open voor onderhandelingen met en toegevingen aan het Westen, zoals ook de terugtrekking van de Syrische troepen uit Libanon in 2005 aantoonde. Daarom ook steunden de VS de liberaliseringen en loofden ze Assad soms als een “hervormer”, in de hoop Syrië zonder oorlog te kunnen controleren.[36] Toch bleven het sterke Syrische leger en de autonome staat een obstakel voor de absolute dominantie van het Midden-Oosten door de VS. Zo verzette Syrië zich tegen de oorlog in Irak in 2003, steunt het nog steeds een aantal Palestijnse verzetsbewegingen en koestert het een alliantie met Iran, een van de weinige andere landen in de regio die zich onafhankelijk van het Westen opstellen.

Omwille van strategische belangen wil het Westen de hand leggen op Syrië. Daarvoor zijn er verschillende manieren. Het opleggen van vrijhandelsakkoorden die het land afhankelijk maken van het buitenland is de weg die het militair zwakkere Europa verkiest. Andere wegen zijn het corrumperen van een kleine elite, interne destabilisatie, staatsgrepen of oorlog. In Syrië heeft het Westen ze ondertussen bijna allemaal geprobeerd.

Door de machtsverhoudingen in de wereld gaat dat echter niet zomaar vanzelf. Syrië krijgt economische en militaire steun van Iran en Rusland. Beide landen hebben hun eigen redenen om de Syrische regering te steunen. Iran heeft ook Wesley Clark gehoord en weet dat het verdwijnen van Syrië als soevereine staat betekent dat morgen of overmorgen Teheran kan worden gebombardeerd. Rusland heeft een militaire basis in Syrië en economische akkoorden met het land en wil er de invloed van het pro-Amerikaanse Qatar en Saoedi-Arabië beperken. Toch spelen beide landen een fundamenteel andere rol dan de VS. Ook al streven ze hun eigen belangen na, ze werpen zich vandaag in dit specifieke dossier voorlopig op als verdedigers van de Syrische soevereiniteit en zetten een rem op de vernietiging van de Syrische staat en het Midden-Oosten door het VS-imperialisme.

Soevereiniteit is belangrijk, het is niet voor niets een basisprincipe van het Handvest van de Verenigde Naties. Het is ook een basisvoorwaarde voor democratie. Hoe autoritair landen als Syrië of Iran ook mogen zijn, hun bevolking heeft één fundamenteel voordeel tegenover die van autoritaire regimes als Bahrein of Saoedi-Arabië: de politiek van hun regering wordt in eigen land beslist. Fundamentele beslissingen voor Syriërs worden in Damascus genomen, niet in Washington. Als Syrië zijn soevereiniteit kan behouden, kan het volk hopen en strijden voor verandering in Damascus, binnen het kader van een staat die zijn eigen koers kan uitzetten. Anders moet het straks misschien in Westerse hoofdsteden gaan bedelen om voedselhulp.

* Marc Botenga (botengam at gmail.com) is doctor in de politieke wetenschappen en werkt als coördinator bij Geneeskunde voor de Derde Wereld. Website: www.g3w.be.


[1] Gary C. Gambill, “The Kurdish Reawakening in Syria”, Middle East Intelligence Bulletin, Vol. 6, nr. 4, april 2004. Zie: http://www.meforum.org/meib/articles/0404_s1.htm.

[2] US Departement of State, Background notes, 8 september 2010. Zie: http://www.state.gov/outofdate/bgn/syria/158703.htm.

[3] Kasturi Sen, Waleed al Faisal, “Syria Neoliberal Reforms in Health Sector Financing: Embedding Unequal Access?”, Social Medicine, Vol. 6, nr. 3, 2012. Zie: http://www.socialmedicine.info/index.php/socialmedicine/article/view/572.

[4] S. Ismail, “An Arab Spring – and nervous looks at the World Bank”, 23 april 2011. Zie: http://www.eg4health.org/fr/2011/04/23/an-%E2%80%9Carab-spring%E2%80%9D-%E2%80%93-and-nervous-looks-at-the-world-bank/.

[5] J. Yazigi, “Syria Beyond Conflict”, Opendemocracy.net, 29 mei 2012. Zie: http://www.opendemocracy.net/jihad-yazigi/syria-beyond-conflict-economic-test.

[6] Nafeez Ahmed, “Peak oil, climate change and pipeline geopolitics driving Syria conflict”, The Guardian, 13 mei 2013. Zie: http://www.theguardian.com/environment/earth-insight/2013/may/13/1.

[7] Michael Slackman, “Syria Troops Open Fire on Protesters in Several Cities”, The New York Times, 25 maart 2011. Zie: http://www.nytimes.com/2011/03/26/world/middleeast/26syria.html?ref=syria&_r=0.

[8] “Syrian cabinet resigns amid unrest”, Aljazeera, 29 maart 2011. Zie: http://www.aljazeera.com/news/middleeast/2011/03/201132975114399138.html.

[9] “Assad supporters ‘loyal to nation’”, Y Net News, 29 maart 2011. Zie: http://www.ynetnews.com/articles/0,7340,L-4049313,00.html. BBC, “Syria unrest: Pro-Assad rallies in Damascus and Aleppo”, 29 maart 2011. Zie: http://www.bbc.co.uk/news/world-middle-east-12892870.

[10] BBC, “Syria unrest: Shooting erupts in seaport of Baniyas”, 10 april 2011. Zie: http://www.bbc.co.uk/news/world-middle-east-13029631 en http://en.rian.ru/world/20110408/163440945.html.

[11] Elizabeth Kennedy en Bassem Mroe, “Syria Accuses U.S. of Inciting Unrest”, Huffington Post, 7 augustus 2011. Zie: http://www.huffingtonpost.com/2011/07/08/syria-hama-protests-_n_893032.html.

[12] Patrick McDonnell, “Syria signs Arab League deal to pull back military”, Los Angeles Times, 2 november 2011. Zie: http://articles.latimes.com/2011/nov/02/world/la-fg-syria-arab-league-20111103.

[13] Human Rights Watch, By All Means Necessary, december 2011. Zie: http://www.hrw.org/sites/default/files/reports/syria1211webwcover_0.pdf.

[14] League of Arab States Observer Mission to Syria, “Report of the Head of the League of Arab States Observer Mission to Syria for the period from 24 December 2011 to 18 January 2012”, 27 januari 2012. Zie: http://www.columbia.edu/~hauben/Report_of_Arab_League_Observer_Mission.pdf.

[15] UN News Centre, “Syria: UN and Arab League consider joint observer mission to try to stop killings”, 8 februari 2012. Zie: http://www.un.org/apps/news/story.asp?NewsID=41172.

[16] David Vermeiren, “Syrische Saraa Saleh: ‘Vechtende rebellen zijn slechte kopie van het regime’”, MO, 29 december 2012. Zie: http://www.mo.be/opinie/syrische-saraa-saleh-vechtende-rebellen-zijn-slechte-kopie-van-het-regime.

[17] Rainer Hermann, “Abermals Massaker in Syrien”, Frankfurter Allgemeine, 7 juni 2012. Zie: http://www.faz.net/aktuell/politik/neue-erkenntnisse-zu-getoeteten-von-hula-abermals-massaker-in-syrien-11776496.html.

[18] Alfred Hackensberger, “In Syrien gibt es mehr als nur eine Wahrheit”, Berliner Morgenpost, 23 juni 2012. Zie: http://www.morgenpost.de/politik/ausland/article107255456/In-Syrien-gibt-es-mehr-als-nur-eine-Wahrheit.html.

[19] David Enders, “Assad backers reportedly make up 43 percent of dead in Syria”, Miami Herald, 6 maart 2013. Zie: http://www.miamiherald.com/2013/06/03/3431050/assad-backers-reportedly-make.html.

[20] Wikileaks, “INSIGHT - military intervention in Syria, post withdrawal status of forces”, 6 maart 2012. Zie: https://wikileaks.org/gifiles/docs/1671459_insight-military-intervention-in-syria-post-withdrawal.html.

[21] Robert Dumas, “The British prepared for war in Syria 2 years before the eruption of the crisis in 2011”, YouTube, 18 juni 2012. Zie: http://www.youtube.com/watch?v=jeyRwFHR8WY.

[22] Seymour Hersh, “Is the Administration’s new policy benefitting our enemies in the war on terrorism?”, The New Yorker, 5 maart 2007. Zie: http://www.newyorker.com/reporting/2007/03/05/070305fa_fact_hersh?currentPage=all.

[23] Aram Karabet, “La révolution syrienne a échappé aux Syriens”, l’Humanité.fr, 12 augustus 2013. Zie: http://www.humanite.fr/monde/aram-karabet-la-revolution-syrienne-echappe-aux-sy-547163.

[24] Adam Withnall, “Syria crisis: First CIA-trained rebel unit about to join fighting against Assad regime, says President Obama”, The Independent, 3 september 2013. Zie: http://www.independent.co.uk/news/world/middle-east/syria-crisis-first-ciatrained-rebel-unit-about-to-join-fighting-against-assad-regime-says-president-obama-8796873.html.

[25] “Syrie: la population manifeste contre les rebelles à Alep”, RFI, 10 juli 2013. Zie: http://www.rfi.fr/moyen-orient/20130710-syrie-population-manifeste-contre-rebelles-alep.

[26] “Syria chemical attack: What we know”, BBC, 24 september 2013. Zie: http://www.bbc.co.uk/news/world-middle-east-23927399.

[27] Richard Hall, “UN’s Carla Del Ponte says there is evidence rebels ‘may have used sarin’ in Syria”, The Independent, 6 mei 2013. Zie: http://www.independent.co.uk/news/world/middle-east/uns-carla-del-ponte-says-there-is-evidence-rebels-may-have-used-sarin-in-syria-8604920.html.

[28] BBC, “Syria crisis: Cameron loses Commons vote on Syria action”, 30 augustus 2013. Zie: http://www.bbc.co.uk/news/uk-politics-23892783.

[29] La Libre Belgique, “Syrie: la tenue de Genève-2 suspendue à la participation de l'opposition”, 20 oktober 2013. Zie: http://www.lalibre.be/dernieres-depeches/afp/syrie-la-tenue-de-geneve-2-....

[30] Patrick Tyler, “U.S. Strategy Plan Calls for Insuring No Rivals Develop A One-Superpower World”, The New York Times, 8 maart 1992. Zie: http://work.colum.edu/~amiller/wolfowitz1992.htm.

[31] General Wesley Clark, “Democracy Now!’, YouTube, interview uit 2007, gepubliceerd op 27 juni 2013. Zie: http://www.youtube.com/watch?v=bSL3JqorkdU.

[32] Tamsin Carlisle, “Qatar seeks gas pipeline to Turkey”, The National, 26 augustus 2009. Zie: http://www.thenational.ae/business/energy/qatar-seeks-gas-pipeline-to-turkey.

[33] Amrit Naresh, “Syria’s transit future: all pipelines lead to Damascus”, OpenOil, 28 maart 2012. Zie: http://openoil.net/2012/03/28/syrias-transit-future-all-pipelines-lead-to-damascus/.

[34] Nafeez Ahmed, “Syria intervention plan fueled by oil interests, not chemical weapon concern”, The Guardian, 30 augustus 2013. Zie: http://www.theguardian.com/environment/earth-insight/2013/aug/30/syria-chemical-attack-war-intervention-oil-gas-energy-pipelines.

[35] Union pour la Méditerranée (Euromed). Zie : http://www.eeas.europa.eu/euromed/index_fr.htm.

[36] Glenn Kesler, “Hillary Clinton’s uncredible statement on Syria”, The Washington Post, 4 april 2011. Zie: http://www.washingtonpost.com/blogs/fact-checker/post/hillary-clintons-uncredible-statement-on-syria/2011/04/01/AFWPEYaC_blog.html.

Bron: Marxistische Studies nr. 104