ARCHIEF

AFVN Actueel, 19 december 2004
Loesje is een schat

Zelf heb ik sinds enkele dagen één van de laatste posters van Loesje naast de voordeur hangen. Mensen die bij mij aan de deur komen kunnen er niet aan voorbij. Ik heb echter nog geen reacties gehad. Vreemd eigenlijk, want de tekst “Laten we ophouden met integreren en beginnen met samenleven” zou toch wel tot reacties moeten leiden in de huidige Nederlandse samenleving. En dat gebeurt dus niet, althans niet in mijn richting. Is iedereen het er dan mee eens? Ik kan het me niet voorstellen.

Volgens mij heeft het te maken met vervreemding en vermoeidheid. Vervreemding van individuele deelname aan het maatschappelijke debat en vermoeidheid door de veelheid aan problemen die op velen afkomen. “Je kan er toch niets aan doen” is een veelgehoorde uitspraak. Niet zo vreemd eigenlijk…

Ongeveer 300.000 mensen gingen op 2 oktober naar de demo in Amsterdam, om te demonstreren tegen het beleid van Balkenende c.s. Dit heeft tot gevolg gehad dat de vakbonden weer als gesprekspartner erkend moesten worden door de regering. Een belangrijke overwinning die zonder deze demonstrerende mensenmassa niet mogelijk geweest was. Het vervolg daarop, de onderhandelingen binnen de SER, heeft echter slechts opgeleverd dat de verslechteringen minder slecht werden. Dit heeft dus slechts een zeer beperkte oplossing gegeven voor de veelheid aan verslechteringen die op de meeste mensen afkomen.

In combinatie met de mediaberichtgeving, die ook geen duidelijkheid gaf en de verslechteringen die men alsnog op zich af ziet komen, heeft men het gevoel dat je er toch niets aan kunt veranderen. En dat heeft dus weer gevolgen voor de actiebereidheid en de individuele deelname aan het maatschappelijke debat. Waar velen nu voor kiezen is de harde lijn en het vinden van medestanders op eenvoudige wijze. Waar rechts en extreem-rechts dus op inspelen door het aandragen van populistische standpunten.

Toch is er op 2 oktober iets heel belangrijks aangetoond. Namelijk, dat de kracht van de massa veranderingen af kan dwingen. Dat daar onvoldoende gebruik van gemaakt is door de vakbondsleiding is een ander verhaal.

Waar de politiek vooruitstrevende organisaties nu echter mee geconfronteerd worden is het gegeven dat er een teruggang is aangaande het voortgaan van het maatschappelijke debat bij zeer veel mensen. Deze organisaties worden nu ook gedwongen de strijd tegen extreem-rechtse ideeën te voeren. Maar ook daarbij worden populistische argumenten gebruikt, oftewel ’Wijsjes die de mensen pakken’.

Het voert te ver om Loesje hiervan te beschuldigen. Zoals er boven de column staat “Loesje is een schat”. Loesje levert argumenten om het maatschappelijke debat aan te gaan over het algemeen op een goede en ludieke wijze. Het blijft echter aan ons om die discussie aan te zwengelen. Die poster ‘slechts’ voor je raam hangen heeft weinig effect.

Zelf heb ik dat aanzwengelen van de discussie, in een gesprek met mijn volwassen Turkse buurkinderen, als volgt gedaan:

“Ik ben niet tegen integratie in het bijzonder. Een ieder moet zijn eigenwaarde kunnen behouden. Het is echter wel van groot belang dat we dezelfde taal spreken om de acties tegen de gezamenlijke, bijvoorbeeld extreem-rechtse, ‘vijand’ vlot te kunnen bespreken. Op dit moment is dat in Nederland het Nederlands. Met de tweede generatie, zoals jullie, zijn er voldoende tolken aanwezig om ook de eerste generatie te vertellen wat er zoal speelt. Daarom zijn jullie ook internationaal in dit Europa van groot belang. Zorg er alsjeblieft voor dat jullie ook het Turks goed beheersen. Er zijn nou eenmaal veel Turks sprekende mensen in Europa, vooral onder de arbeiders. En dat is nou net waar het over moet gaan, de arbeiders moeten elkaar leren verstaan. In welke taal dan ook. Voor een wereld van vrede.

Jan Cleton, secretaris AFVN


ARCHIEF