ARCHIEF

AFVN Actueel, 16 november 2004
Suikerfeestvakantie

Af en toe val je toch echt van je stoel. Deze week werd ik geconfronteerd met mensen die zich kwaad maakten over het feit dat islamitische kinderen een dag vrij hadden in verband met het Suikerfeest, de belangrijkste islamitische feestdag. Diezelfde mensen waren vrij tolerant tegenover hun allochtone medelanders toen het mode was om zó te zijn. Maar nu, nu is het schijnbaar mode om mee te huppelen op de vrij algemene rechtse tendens om moslims in het verdomhoekje te zetten. Het is inderdaad waar, met een dergelijke kritiek loop je veel kans gelijksoortigen te ontmoeten. Er is dus wel degelijk een gevaar in Nederland! Het gevaar van het ongezonde volksgevoel van de normaliter kritiekloze massa, in periodes dat het hen echt zelf ‘aan de botten komt’. Diezelfde Nederlander die er zo trots op is Nederlander te zijn, gaat dan actie voeren. Maar dat zijn verschillende vormen van actie. Het meest bewuste deel gaat demonstreren en gaat zelfs staken omdat ze zien wie de werkelijke tegenstander is.

Een groot deel, de onbewuste kankeraars, gaat op zoek naar zondebokken. En wat is een makkelijker doelwit dan een minderheid met afwijkende gebruiken? En als je dan ook nog een voorman hebt die ruimte krijgt in de media, dan ben je al snel overtuigd van je eigen gelijk. Gisteravond bleek dat ook maar weer eens toen Pim Fortuin tot de grootste Nederlander verkozen werd. Dat zijn van die momenten dat ik er helemaal niet meer trots op ben tot de Nederlanders te behoren. Ik ben wereldburger, zou ik op al mijn ramen willen plakken.

Maar dat doe ik niet, want ik wil bij de massa blijven behoren. En dus gewoon als buurman in gesprek blijven met mijn buurtgenoten: moslims, christenen, humanisten, pacifisten, vegetariërs, homoseksuelen en noem alle verdere mensen met een bepaalde overtuiging, of geaardheid maar op. Daarmee hou ik ook de deur maximaal open om met hen over maatschappelijke vraagstukken te praten. En het is soms zo verdomd eenvoudig. Neem nou die buurtgenoten die elkaar aan het opjutten waren over die ‘suikerfeestvakantie’. Ik vroeg gewoon in dat straatgroepje: “zijn jullie dan niet blij dat jullie kinderen gewoon naar school zijn gegaan? Er is toch gevochten voor het recht op onderwijs voor iedereen? Jullie doen net of je het erg vindt dat ‘onze’ kinderen naar school moeten. Dat is toch juist goed? Dat is toch voor hun ontwikkeling?” Het werd even stil. Toen zei er één: “Je hebt nog gelijk ook, maar…” En toen kwam de rest. Ook niet bepaald om blij van te worden, maar we waren in gesprek. En zo kon ik ze toch weer een stukje wijzer maken. Als we dat nou met zijn allen doen…

Jan Cleton
Secretaris AFVN


ARCHIEF