AFVN

Burgemeesters en raadsleden Gooi uitgenodigd voor herdenking van Februaristaking in Hilversum

HILVERSUM, 24-02-2015 - Voor de eerste herdenking van de Februaristaking in Hilversum heeft de organisator ook de burgemeesters van Amersfoort, Bussum, Huizen, Laren, Loosdrecht, Naarden en Weesp en uitgenodigd. Er namen aan de staking namelijk behalve Hilversummers ook Bussummers, Amersfoorters, Naardenaren, Laarders, andere regiobewoners en Amsterdammers aan deel, omdat velen van hen destijds werkten bij enkele grote fabrieken in Hilversum. Dat was toen een middelgrote industriestad.

De herdenking vindt plaats op donderdag 26 februari 2015, om 17:00 uur op de Kerkbrink in Hilversum. De burgemeester van Hilversum, Pieter Broertjes, zal o.m. spreken. Op deze dag start ook de fondsenwerving voor een monument voor de Februaristaking in Hilversum, zo heeft organisator Arthur Graaff, zoon van een voormalig staker, bekendgemaakt. In het comité van aanbeveling zit o.m. ex-minister Hans Hillen en professor Kees van der Pijl, voorzitter van de organiserende Bond van Antifascisten.

Uit verhalen van enkele oud-stakers is duidelijk geworden, dat er bij de grote Nederlandse Seintoestellen Fabriek (later Philips), waar in 1940 ongeveer 3.500 mensen werkten aan zenders en radio's, en ook veel niet-Hilversumers werkten en meestaakten. Dat gold ook voor andere grotere bedrijven zoals de tapijtfabriek van Fokker, Beijersdorf (Nivea), ijzergieter Ensink.

De voorzitter van de AFVN/Bond van Antifascisten, prof. dr. Kees van der Pijl, houdt ook een toespraak. Verder zullen spreken Bianca Verweij, fractievoorzitter van de SP in Hilversum, en organisator Arthur Graaff, zoon van een in november overleden NSF-ingenieur en onderscheiden verzetsman, die ook meestaakte.

Februaristaking Hilversum

Graaff noemt de staking, 'het morele hoogtepunt van de Hilversumse, maar ook Gooise geschiedenis'. De staking was uniek in de geschiedenis van het nazisme - nergens in bezet Europa is gestaakt tegen de Jodenvervolging. In Hilversum vond de staking plaats op dezelfde dag als in Amsterdam, dinsdag 25 februari 1941, en ook op de volgende dag. Er deden volgens plaatselijke historici op die dag ongeveer 4- tot 5.000 mensen spontaan mee.

De dag erna werd er doorgestaakt en namen volgens sommige historici zelfs 8- tot 10.000 mensen deel - en daarmee is dit ook de grootste staking uit de Gooise geschiedenis.

De aanleiding was de eerste Jodenrazzia in Amsterdam het weekend daarvoor, waarbij ruim 400 Joodse mannen willekeurig werden gearresteerd en afgevoerd naar concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk. Daar werden de meesten van hen binnen enkele maanden omgebracht.

Op woensdag 26 februari 1941 ontstond er midden in Hilversum een demonstratieve optocht naar het oude raadhuis. Aan deze demonstratie deden nog meer mensen mee dan op de eerste dag - volgens sommigen 8- tot 10.000 mensen. De bezetters werden volkomen verrast, en lieten 100 man extra naziversterking uit Amersfoort aanrukken. Ook werden er marechaussees opgetrommeld.

Communisten en NSF

Een belangrijke rol werd in Hilversum net als in Amsterdam gespeeld door de communisten. De Hilversumse communist Gerrit Meerbeek werkte bij Fokker in Amsterdam-Noord en was die ochtend naar zijn werk gegaan - in dit geval om te staken. Die ochtend nog ging hij snel terug naar zijn woonplaats, op tijd voor de lunch, en wist binnen te komen bij de grootste fabriek van Hilversum, de NSF, een radio- en zenderfabriek waar Philips mede-eigenaar van was en waar de omroepgeschiedenis begon.

Het lukte hem hier een staking te beginnen, die al snel door de andere fabrieken in de buurt werd overgenomen - daaronder o.m. de Nivea, medicijnfabriek Roter, verffabriek Ripolin, enkele tapijtfabrieken en de ijzergieterij Ensink en kleinere bedrijven. Twee dagen terug zijn er weer zg. struikelstenen in Hilversum geplaatst, dit keer ook voor een communistische staker, die bij de NSF werkte: Martin Letterie. Hij werd omgebracht in het conentratiekamp Neuengamme. Zijn zoon en kleindochter komen naar de herdenking.

Grote Joodse bevolking

Hilversum - heel het Gooi - bezat een grote Joodse bevolking, mede ontstaan omdat er Joodse kooplieden uit Amsterdam naar het Gooi waren getrokken. Ook was de Joodse gemeenschap vlak voor de oorlog sterk gegroeid door vluchtelingen uit Duitsland. In totaal ongeveer 2.300 Joden leefden in Hilversum, de meesten legaal maar enkele honderden niet. Dat waren er meer dan in bijvoorbeeld de hele provincie Utrecht, of Brabant.

In Hilversum en omgeving bevonden zich bovendien enkele landelijke Nederlands-Joodse instellingen , waaronder de S.A. Rudelsheimstichting voor zwakzinnige kinderen, het sanatorium Beth Refua en de Friedmanstichting. In Laren bevond zich de Bergstichting, voor Joodse voogdijkinderen. In het sanatorium Zonnestraal kuurden relatief veel Joodse diamantbewerkers.

In Loosdrecht bevond zich een tehuis voor vorming van jonge Joodse aspirant-kolonisten. Ook kende Hilversum enkele belangrijke bedrijven van Joden zoals geurstoffenfabriek Polak en Schwarz, en ijzerhandel Hamel. Hilversum bezat ook een flinke synagoge en aanverwante Joodse religieuze instellingen. Bij de omroepen werkten veel Joodse medewerkers, zoals musici en de beroemde sportverslaggever Han Hollander.

Hoge boete - geen doden

Doordat de bezetters volledig verrast werden, wisten zij niet goed wat te doen. Bovendien was de nazigouverneur van Nederland, Syess-Inquart, net op reis. De zorg rustte op de schouders van de harde SS-generaal Rauter. Deze liet in Amsterdam de Ordnungspolizei (nazimarechaussee) en andere nazitroepen op de stakers schieten. Er vielen 9 doden en tientallen gewonden - maar in Hilversum niet.

De tweede dag trok de menigte stakers wel van de Groest op naar het oude raadhuis, het hoofdkwartier van de Ornungspolizei, maar ontbond zich toen de nazi's hun machinegeweren op hen richtten. Had de toestand tien minuten langer geduurd, dan had het in Hilversum een bloedbad kunnen worden. Amsterdam, Zaandam en Hilversum kregen hoge boetes vanwege de staking. Maar met 2,5 miljoen gulden was dat per hoofd van de bevolking in Hilversum, ongeveer tweemaal zo hoog als in Amsterdam met 15 miljoen gulden.

Hilversum heeft veel mensen voortgebracht die in de oorlog een voorname rol hebben gespeeld, en die omgekomen of omgebracht zijn. Maar niemand kon niet voorkomen dat 90 procent van de Hilversumse Joden zijn omgebracht. Dat blijft volgens de organisator een diep triest facet van de oorlog.

Volgens organisator Graaff, die als journalist gespecialiseerd is in het onderwerp oorlog, wordt er door sommige historici veel te geringschattend over het Nederlandse verzet gedaan.

Hij wijst erop dat één vijfde van alle hoge Yad-Vashem-onderscheidingen voor het redden van Joden naar Nederland is gegaan. Vorige week werden er nog postuum twee uitgereikt aan een arts, die na de oorlog directeur van de GGD in Hilversum was, dr. Kipp en zijn vrouw. In totaal hebben nu 71 mensen uit Hilversum een persoonlijke Yad-Vashem-onderscheiding ontvangen. Verder heeft de staat Israël de Februaristakers in de jaren '60 collectief erkend, door hen samen een Yad-Vashem-onderscheiding te geven.

Er zijn nog twee Nederlandse groepen onderscheiden: de kinderredders van de zg. NV-groep uit Amsterdam en Utrecht, en het dorp Nieuwlande in Drenthe, waar de grootste Nederlandse verzetsstrijder, Johannes Post, wethouder was en een simpel quatasysteem voor de opvang van vluchtende Joden opzette, zodat iedereen in het dorp de last even zwaar droeg. Geen enkel ander bezet land heeft drie onderscheiden groepen gekend.