AFVN

Eindelijk studie van communistisch verzet in de provincie Groningen

Door Arthur Graaff

GRONINGEN, 5-03-2014 – In 1995 werd - toevallig in Groningen - de geschiedenis van Limburg in de oorlog gepubliceerd, in een proefschrift van dr A. Cammaert. Hij vulde daarmee grote witte plekken in Dr. L. de Jongs 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog' aan. Het bleek dat de Limburgers veel verzetsdaden hadden verricht, vooral op het gebied van het redden van Joodse kinderen.

Pas 20 jaar later is nu hetzelfde gebeurd met het verzet in Groningen en wel het communistische verzet. Dat verzet was in Groningen, met zijn fabrieken en leden van de CPN (Communistische Partij van Nederland), belangrijk, vastberaden en ook relatief hevig. Maar die geschiedenis ervan is er bekaaid afgekomen. Tot nu toe.

Bij uitgeverij Profiel Bedum verschijnt vandaag de tweedelige geschiedenis van Het Communistische Verzet in Groningen. Door de verzuiling en de Koude Oorlog is de geschiedenis van het communistisch verzet op belangrijke punten onderbelicht gebleven, zo menen hedendaagse historici en meenden naoorlogse leden van de CPN.

75 verzetsmensen dood

Auteur Ruud Weijdeveld heeft uitgevonden dat er tijdens de oorlog alleen al (los van sterfgevallen als gevolg van de oorlog maar na het einde ervan) minstens 75 communistische Groningse verzetsmensen in de strijd tegen de nazi's zijn omgekomen.

Volgens de 'Erelijst.nl' zijn er in de stad Groningen 60 mensen omgekomen door nazi-wandaden. De meeste doden vielen in de stad omdat daar het hoofdkwartier van de SD zat. Dat betekent dat de Groningse communisten in de oorlog relatief een zeer zware tol hebben betaald. Het is mogelijk dat zij verreweg het grootste aantal slachtoffers vormen.

De SD hield fors huis in Groningen, en met name het Scholtenhuis (hoofdkwartier van de SS midden in de stad Groningen) werd berucht om de uitzonderlijke wreedheden die er plaatsvonden, vaak ongezien door de leiding van de SS in Den Haag. SS-ers als de gebroeders Faber waren actief in Groningen en ook 'het beest van Appingedam', Siert Bruins, tegen wie begin dit jaar het proces voor de moord op een verzetsstrijder werd gestaakt wegens het ontbreken van getuigen. Tegen die rauwe achtergrond speelt het boek zich af.

Die geschiedenis is lang onderdrukt. Een bekend fenomeen was dat zelfs de herdenking van de vermoorde verzetsheldin Hannie Schaft (als 'het meisje met het rode haar' vrijwel als enige communistische verzetsmens bekend) omstreden was en een keer werd verboden.

De Groninger historicus Ruud Weijdeveld is 25 jaar geleden begonnen met het houden van interviews met getuigen. Die waren er toen nog zeker voldoende en bovendien nog goed in staat zich de geschiedenissen te herinneren. Weijdeveld heeft niet 25 jaar aaneen aan het boek geschreven, maar de tijd heeft wel in zijn voordeel gewerkt. Nu zijn er veel meer facetten van de oorlog bekend dan 20 of 40 jaar terug. Weijdeveld heeft voor zijn boek ook recenter uitgebreid onderzoek verricht in archieven in Nederland en Duitsland.

Begin: 1933

Het boek begint met de strijd tegen het fascisme in Groningen vanaf 1933. De CPN verzette zich al van meet af aan tegen het fascisme, met name van Hitler. Die had het communisten trouwens uitdrukkelijk als zijn vijanden aangewezen. Vanaf Hitlers machtsovername in 1933 bouwden de nazi's concentratiekampen. Een aantal daarvan, bestemd voor socialisten en communisten uit het Ruhrgebiet, werd net over de Groningse grens in de moerassen van het Eemsland gebouwd, in de zg. 'Moor'.


Een naoorlogse poster ter herdenking van de omgekomen hoofdonderwijzeren verzetsman G. Sterringa. Naar hem is de stichting genoemd die het boek over het communistische verzet heeft voortgebracht.

De communisten hielpen Duitse anti-fascistische vluchtelingen uit die kampen en steunden het verzet in Duitsland. Dat hield niet op toen de oorlog uitbrak op 10 mei 1940. In het najaar van 1940 verwscheen hun eerste illegale verzetskrant, het Noorderlicht.

Na protesten tegen de Jodenvervolging in het voorjaar van 1941 en de februaristaking die door de Noordhollandse communisten werd georganiseerd, begonnen arrestaties van communisten in Nederland, maar het communistisch verzet ging de hele oorlog door. Bij de bevrijding was hun krant De Waarheid een van de grootste verzetskranten in Groningen.

Talrijke Nederlandse communisten zijn in Nederlandse en Duitse concentratiekampen onder gruwelijke omstandigheden omgekomen en omgebracht, anderen werden voor het leven getekend.

Na de bevrijding bleef erkenning lang uit. Hoewel Groningse communisten vroeg in het verzet gingen, kregen zij vaak als laatsten uitkeringen van de Stichting 1940-1945.

Naast een volledige behandeling van de periode 1933-1945 heeft auteur Weijdeveld veel anekdotisch materiaal toegevoegd. Daarbij kon hij putten uit zijn gesprekken met tientallen verzetsdeelnemers en nabestaanden.

Over de totstandkoming van het boek schrijft auteur Weijdeveld in zijn verantwoording in het boek: "In 1986 verscheen de eerste publicatie: 'Rode Hulp – De opvang van Duitse vluchtelingen in Groningerland - 1933-1940'.

Deze uitgave werd verzorgd door de onderzoeksgroep die zich inmiddels had aangesloten bij het Instituut voor Politiek en Sociaal Onderzoek (IPSO), het wetenschappelijk bureau van de toenmalige CPN. Zelf was ik verantwoordelijk voor de eindredactie van het boek. Om de formele kanten van deze uitgave te regelen werd een stichting opgericht, genoemd naar Geert Sterringa. Sterringa was onderwijzer en tevens lid van de Groninger gemeenteraad en de Provinciale Staten. Hij nam deel aan het verzet, werd in 1941 gearresteerd en kwam in 1944 in het concentratiekamp Buchenwald om het leven.

Het boek besluit met een hoofdstuk over de eerste jaren na de oorlog.


In het Spoor Terug: de Rode Hulp, een tweedelige serie over het communistische verzet in Groningen tijdens en vóór de oorlog. Vanaf de jaren dertig hielpen de geestverwanten van Marx, Lenin en Stalin Duitse vluchtelingen, die in het Groningse land een welkom onderdak vonden. In de oorlog zelf werd het verzet werkelijk verzet. Deel 1


HOME