AFVN

Kees van der PijlFascisme en Anti-Islam Populisme-Overeenkomsten en Verschillen

Door Kees van der Pijl *

Onderzoek van de Vrije Universiteit en het dagblad Trouw heeft dezer dagen aan het licht gebracht dat het Nederlandse kiezerspubliek 'boos' is en 'een sterke leider' wil. Na de eerdere ervaring met Pim Fortuyn en nu Wilders, is het wel duidelijk dat vooral aan de uiterste rechterzijde het ongeduld toeneemt. In andere Europese landen is de trend hetzelfde. Zelfs in Noorwegen heeft de partij waarvan een voormalig lid, Anders Breivik, een bloedbad aanrichtte in een sociaaldemocratisch jeugdkamp, bij de verkiezingen eerder deze maand haar aandeel in de ruk naar rechts weten te verzilveren.

Voormalige verzetsorganisaties, zeker een die uit het communistisch verzet is voortgekomen zoals het AFVN, hebben de neiging 'het' fascisme te zien als een min of meer vaststaand fenomeen, dat als uiterste machtsmiddel van de heersende klasse in een crisis naar buiten kan worden gerold. Daarmee kan dan de bestaande orde gestut worden als die het dreigt te begeven.

Zo'n benadering is niet alleen historisch aanvechtbaar. Ze ondermijnt ook het verzet tegen de anti-'buitenlander'-partijen van nu, in Nederland de 'PVV'. Door de parlementaire en media-routine en de brutale alledaagsheid van zijn optreden, komt immers al gauw het idee in omloop dat 'Geert' best meevalt. In Het Parool, dat onlangs twee pagina's wijdde aan een gesprek met de economie-specialist van Wilders' groep in de Tweede Kamer, gaat het over diens hobby's en dat zijn vrouw vreemd is gegaan, zo gezellig allemaal dat je even schrikt als er opeens gemeld wordt dat 'Geert' nummer vier staat op de 'lijst van al-Qaida'. Ik weet niet waar die lijst wordt bijgehouden, maar als het er niet bij had gestaan zouden we bijna vergeten dat dit de groep is die 'de sterke leider' zou kunnen leveren aan het boze Nederland. Maar ook iemand die het racisme en de mensenhaat van Wilders' programma serieus neemt, is niet geholpen met het aanroepen van 'het' fascisme, want dat is het niet, al zijn er overeenkomsten.

Het oorspronkelijke fascisme was een product van de verlate modernisering van Europa-'verlaat' ten opzichte van Engeland en Amerika, het liberale Westen. In de landen van continentaal Europa hielden de kleine middenstand, de grondbezittende adel, en allerlei andere notabelen (wat Gramsci noemt de 'gepensioneerden van de geschiedenis') zich staande tegenover de nieuwe middenklassen van gesalariëerde managers en ingenieurs die m.n. in Amerika toen al het middenveld domineerden. De uitslag van de Eerste Wereldoorlog onderstreepte nog eens dat zulke maatschappijen het onvermijdelijk afleggen tegen een volledig kapitalistische economie zoals de Amerikaanse. Het Russische rijk was al helemaal niet opgewassen tegen de oorlogsinspanning. Het stortte in 1917 als een kaartenhuis in elkaar, waarop de Bolsjewieken de staatsmacht veroverden.

De bezittende klassen en militaire kastes in Duitsland en Oostenrijk-Hongarije (dat ook uiteenviel maar dankzij Amerikaanse voedselhulp aan een sociale omwenteling ontstnapte), en die in Italië en Japan, zagen zich daardoor aan twee fronten bedreigd: door het economisch superieure liberale Westen, en door de dreigende socialistische revolutie. Of ze nu de oorlog verloren hadden of zich als bondgenoten bedrogen voelden, het trauma vertaalde zich voor deze maatschappijen in de behoefte, een aanwijsbare 'schuldige' te vinden voor de fatale afloop. In de jaren dertig werd het verlies aan perspectief nog eens verdiept door de economische crisis die vooral de oude middenlagen maar ook een groot deel van de arbeidersbevolking trof. En waar in de VS en in mindere mate in Engeland en Frankrijk de crisis overwonnen kon worden door te koersen op een nieuwe, op massaconsumptie van duurzame goederen rustend kapitalisme, bestond die mogellijkheid niet of veel minder voor de genoemde groep verliezers en (relatieve) achterblijvers.

Onder deze omstandigheden konden in deze landen die delen van de heersende klasse de macht veroveren die de economische concurrentie met het liberale Westen niet met vredelievende middelen aankonden en die de arbeidersbevolking evenmin iets te bieden hadden. Hun massabasis mobiliseerden ze onder de van haat vervulde slachtoffers van de militaire en economische catastrofes waaraan deze landen ten offer waren gevallen. Het resultaat was de Tweede Wereldoorlog, uitgevochten tegen het liberale Westen èn tegen de Sovjet-Unie, en met zo'n vijftig miljoen doden, onder wie zes of meer miljoen vermoorde joden-de 'schuldigen'.

Het huidige anti-Islam populisme zal voor een deel steun zoeken bij neo-fascistische stromingen die voortbestaan in de 'thuislanden' van het fascisme. Maar het zwaartepunt in het proces van klassevorming heeft zich inmiddels verplaatst. De tegenstelling tussen middenstand en moderne middenklasse bestaat niet meer, het adellijke grootgrondbezit is onteigend. Belangrijk daarbij is dat het Europese integratieproces het Duitse en Italiaanse kapitaal de ruimte gaf internationaal te concurreren, terwijl hun strijdkrachten werden geïntegreerd in de NAVO. Natuurlijk gaf deze Atlantische alliantie ook een structurele basis aan het anti-communisme door de Westeuropese landen medeplichtig te maken aan het beleg van de Sovjet-Unie ongeacht de politieke koers daar-Stalin of Chroestsjov, dat was lood om oud ijzer. Ook werden ze zo medeverantwoordelijk voor de oorlogen in Zuidoost Azië en de bloedige coups in Indonesië, Chili, en elders.

Economisch gaf de Amerikanisering van de naoorlogse Europese economie de georganiseerde arbeid echter een relatief sterke positie. Het massaconsumptiekapitalisme, vernoemd naar Henry Ford, rust immers op de herverdeling van produktiviteitsverhoging via loononderhandelingen. Pas in de jaren zeventig vielen een aantal voorwaarden voor dit model weg, zoals vaste wisselkoersen en kapitaalcontroles. Daarnaast kalfde de onderhandelingspositie van de georganiseerde arbeid af door het aanboren van nieuwe bronnen van arbeidskracht-eerste op het platteland en in de huishouding, vervolgens gastarbeid uit Zuid Europa en het Middellandse-Zeegebied. Deze nieuwe toestroom werd voelbaar in de jaren zestig. Maar de explosie van studenten en arbeiders in mei 1968 markeert tevens het moment waarop de grenzen en gevaren voor de bestaande eigendomsverhoudingen van het naoorlogse model met een schok duidelijk werden. In het decennium dat volgde, begon een zoektocht naar de mogelijkheden voor een rechts tegenoffensief, aanvankelijk zonder duidelijk plan.

Dit is nooit een kwestie van het 'naar buiten rollen' van een kant en klaar fascisme. Zeker, in Italië en Turkije hebben netwerken met een duidelijke neo-Nazi-signatuur, waarvan de coördinatie door de NAVO is aangetoond, massaterreur en couppogingen en in Turkije, de bloedige staatsgreep van 1980, op hun naam geschreven. Maar in de loop van de jaren zeventig kwam er een omwenteling op gang die veel fundamenteler was. Margaret Thatcher en Ronald Reagan waren daarvan de boegbeelden . In de nieuwe realiteit waarvoor zij de basis legden, staat niet langer een verzekerde baan en sociale bescherming door de overheid centraal, maar risico en onzekerheid. Deze neoliberale, op privatisering en speculatieve kapitaalbewegingen afgestemde versie van het kapitalisme heeft een proces in gang gezet dat Saskia Sassen karakteriseert als een 'woeste herschikking van winnaars en verliezers'. Temidden van afbraak en verarming zijn er dit jaar ook in Nederland weer bijna honderd nieuwe rijken in de categorie dertig miljoen of meer bij gekomen. Opnieuw worden verhoudingen gecreëerd waarin hoop vervliegt en steeds meer mensen zich niet meer kunnen voorstellen hoe de dag van morgen eruit zal zien-het nihilisme waarin extremisme gedijt, en oorlog op de koop toe wordt genomen.

De schoksgewijze verandering van de klassenverhoudingen heeft ditmaal echter niet zijn zwaartepunt in de middenklassen zoals in het interbellum, maar in de arbeidersbevolking. Die wordt niet meer beschermd door de staat of partijen die voor de arbeiders opkomen. Partijen van de nieuwe middenklasse zoals D'66 en Groen Links leiden zelfs de aanval op de sociale bescherming. Daardoor komt de onderlaag van de bevolking (een 'klasse' is dat ook niet meer, want zonder een aandeel in de staatsmacht ontbeert een sociale laag de cohesie om van een klasse te spreken) in directe concurrentie te staan met mensen die voor lage lonen werken. In eerste instantie de mensen uit het Middellandse-Zeegebied, maar uiteindelijk ook met degenen die Aziatische lonen uitbetaald krijgen. Omdat er wel werk is, maar steeds minder banen zijn, worden alsmaar meer mensen op zichzelf teruggeworpen als ZZP'er, operererend in een vijandige omgeving en in een neerwaartse spiraal.

Vandaar de aantrekkingskracht van een anti-Islam-programma op een in staat van ontbinding verkerende arbeidersbevolking wier toekomst er een is van onzekerheid, onderbetaling en overwerk. Van proletariaat naar 'precariaat'. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat alle werkers daarom de anti-Islam-lokroep van Wilders of Le Pen volgen. Wel is het zo dat voorzover deze een massabasis vinden, het in de gedeklasseerde arbeidersbevolking is-vandaar ook 'populisme'. Het oorspronkelijke fascisme was ook geen zuiver middenklasse-verschijnsel, daar lag slechts het belangrijkste werkingsgebied.

Het racisme van het oude fascisme en het nieuw populisme hebben in dat licht ook een zekere 'logica'. Het anti-Islamsentiment sluit aan op de arbeidsmarktconcurrentie met mensen van vreemde herkomst (daargelaten of ze eigenlijk wel Moslims zijn); zoals het anti-Semitisme 'logisch' was voor diegenen die een middenklasseberoep in de stad ambieëerden of een eigen bedrijf in een bepaalde sector wilden opzetten en erachter kwamen dat hun sector vaak al bezet was door mensen van joodse afkomst.

Natuurlijk kan iemand tegenwerpen dat racisme geen logica kan hebben. Maar hier moeten we bedenken dat het een aspect is van het nihilisme, een crisis van het rationeel, op historisch perspectief gebaseerd bewustzijn. In zo'n crisis worden denkbeeldige gevaren uitvergroot tot levensbedreigende krachten. De kapitalistische maatschappij levert hier zijn eigen bijdrage door mensen elkaar vooral als concurrent te laten waarnemen, instrumenten waar je gebruik van maakt, of obstakels die je uit de weg ruimt. Vooral in het huidige neoliberalisme is deze instrumentele houding tot een axioma geworden, niet meer ingeperkt door sociale bescherming. Dit kan ook verklaren waarom het anti-linkse venijn van Wilders en de zijnen zich tegen de sociaal-democratie richt, de partij van het naoorlogse klassencompromis, en vanuit dat compromis, ook voorstander van een humane benadering van immigranten.

Er is een tweede aspect aan het verschil tussen het fascisme van vroeger en het anti-Islam-populisme van nu. Dat is te herleiden tot de sterk veranderde structuur van de geopolitieke constellatie. Vandaag zijn het de VS, en binnen Europa, Engeland en Frankrijk, die hun verminderde economische gewicht willen compenseren met militaire middelen-niet langer de verslagenen/bedrogenen van de Eerste Wereldoorlog. In een wel zeer pijnlijke 'Umwertung aller Werte' is het uitgerekend Israël geweest dat de verbinding heeft gelegd tussen de anti-Islam-opstelling en agressie van de kant van het ooit liberale Westen.

De oorlogen van 1967 en'73 brachten de Joodse staat in feitelijk bezit van bezette gebieden waar een etnische zuivering zoals die in 1948 is uitgevoerd, een stuk moeilijker is geworden. Vanaf 1977 is met de Likoed-partij een stroming aan de macht gekomen die alle verzet tegen de bezetting van Palestina als terrorisme aanmerkt en de landen die de Palestijnen steunen, als uitvalsbases die moeten worden aangevallen. In een reeks conferenties tussen 1979 en 1984, de eerste in Jeruzalem (geopend door premier Menachem Begin), de laatste in Washington met als voorzitter Benjamin Netanyahu, toenmalig ambassadeur bij de VN, hebben Likoed-politici vooraanstaande Amerikanen en Britten meegekregen op het idee van een Oorlog tegen het (Islamitische) Terrorisme. Toen was dat nog ingebed in de laatste fase van de Koude Oorlog, met 'Moskou' als vermeend hoofdkwartier; na 1991 werd het door Samuel Huntingtons 'Clash of Civilizations'-argument van een nieuw draaiboek voorzien.

Inmiddels leven we in een wereld waar dit scenario verregaand realiteit is geworden. Samen met het sloopproces van de verzorgingsstaat en de disorganisatie van de arbeidersbeweging door flexibilisering, zien we hoe de VS het oorspronkelijk door Israëlisch rechts aangezwengelde 'War on Terror'-programma uitvoert. Daarbij zijn interventie en oorlog, of het nu onder Bush of onder Obama is, normaal geworden en lijkt het volkenrecht een vergeten chapiter.

Binnenslands en Europees wordt deze politiek aangevuld door een anti-Islam, anti-'buitenlander'-politiek. Maar zelfs in Oost-Europa, waar de omslag van sociale bescherming naar marktfundamentalisme het heftigst was, is niet zo één-twee-drie een echte machtsovername door extreem rechts te verwachten. Ook Wilders of Marine Le Pen zullen niet met een gewelddadige 'revolutie' à la Hitler of Mussolini de staatsmacht kunnen veroveren. Hun rol is door de veranderde geopolitieke context dan ook een heel andere. Vandaag de dag gaat de strijd tussen het Engelssprekende Westen, met Israël als frontstaat, en de BRICS-landen, die zich in een min of meer staatskapitalistisch blok hebben verschanst en het Westen nu toeroepen, 'It's the economy, stupid'. Maar wat hebben de VS de wereld te bieden behalve hun militaire macht en volledig uit de hand gelopen veiligheidsapparaat, waarvan door de NSA-onthullingen de omvang nu pas duidelijk wordt?

Een door rechtse Israëli's en Zionisten in de VS gesteunde 'PVV' is dan belangrijk om door een verharding van de politieke verhoudingen, het klimaat voor een beperkte democratie tot stand te helpen brengen, waarin de maatschappij de toestand van permanente oorlogvoering, afluisteren, e.d. als normaal, onvermijdelijk accepteert. Dit is meer een '1984' à la Orwell dan een Nazi-staat. Het weekblad Der Spiegel vroeg zich in de marge van de onthullingen over de Amerikaanse afluisterpraktijken af of de VS onder Obama niet langzaamaan als een milde versie van een totalitaire staat moeten worden aangeduid.
Dat is het gevaar dat we onder ogen moeten zien.


* Kees van der Pijl , Emeritus hoogleraar, School of Global Studies, Universiteit van Sussex. Samenvatting van een rede uitgesproken bij de aanvaarding van het voorzitterschap van het Anti-Fascistisch Verzet Nederland, Kamp Amersfoort, 14 september jl.