AFVN

Ter herinnering aan Jan Moelee 1922-2014

22 januari 2014 bereikte ons het droeve bericht dat onze kameraad en voorbeeldig vakbondsman en communist Jan Moelee is overleden. Om bij het overlijden van Jan Moelee stil te staan, hieronder een interview dat Bert Bakkenes en Hein van Kasbergen eind jaren 90 met Jan Moelee hadden. Het onderwerp was de Februaristaking, maar gelijktijdig staat ook de mens Jan Moelee centraal. Veel van zijn uitspraken zijn ook nu nog actueel.

Jan Moelee (Foto: Manifest)

De begrafenis van Jan Moelee vindt plaats op vrijdag 31 januari om 12:15 op de begraafplaats De Nieuwe Ooster, Kruislaan 126 te Amsterdam. "Als u Jan wil gedenken, stellen wij het op prijs als u een rode bloem wilt schenken".

Er is ook gelegenheid om te condoleren en afscheid te nemen op 30 januari van 19.00 tot 19.45 in het uitvaartcentrum Zuid, Fred. Roeskestraat 91 in Amsterdam.

Jan Moelee: "Armoede is de voedingsbodem van het fascisme"

Herdenking Februaristaking 1941

Interview: Bert Bakkenes en Hein van Kasbergen

Ook in de nieuwe eeuw blijft de Februaristaking actueel. Niet alleen omdat het van belang is om de slachtoffers van de Nazi terreur te herdenken, maar ook als een waarschuwing tegen het hedendaagse fascisme zoals bedreven door figuren als Haider in Oostenrijk. Over de Februaristaking, de strijd tegen het fascisme en de noodzaak voor waakzaamheid sprak Manifest met Jan Moelee, FNV kader lid en al meer dan 50 jaar lid van de Communistische beweging.

Jan Moelee is een geboren Amsterdammer en nog steeds op een aantal fronten actief, ondermeer in de AKVA-KABO en de NCPN. Jan: "Ik ben in 1922 geboren in de Ridderstraat en later verhuisden we naar de Wagnerstraat, waar ik ook nu nog woon. Mijn vader had een bijzonder beroep. Hij was acrobaat bij Circus Teutenberg. Dit hield in dat hij tussen april en oktober nooit thuis was. De rest van het jaar was hij werkloos. Ik heb dus altijd van dichtbij meegemaakt wat werkloosheid betekend en natuurlijk ook armoede."

Vernederingen

De Wagnerstraat ligt in de Dapperbuurt, een arbeidersbuurt waar vooral veel havenarbeiders en zeevaarders woonden, maar ook veel Joodse mensen. "Ik kan me nog goed de armoede en de vernederingen herinneren waar we toen mee te maken hadden. Veel mensen zagen geen uitweg meer uit de ellende en dat was koren op de molen van fascistische groepen zoals de NSB. Als het slecht gaat zoeken mensen een schuldige, in feite een zondebok. Dit terwijl de ware schuldigen niet moeilijk te vinden zijn. Voor de oorlog had je bijvoorbeeld Colijn, die de werklozen via de radio samen met zijn vrouw vertelde hoe je van viskoppen een krachtige soep kon koken. Zo ver gingen de vernederingen. Hetzelfde zie je nu weer ontstaan."

Op school blonk Jan niet echt uit en als 14-jarige ging hij werken als piccolo bij de paternosterlift in het Scheepvaarthuis aan de Prins Hendrikkade. Hij verdiende één gulden in de week. Later kreeg Jan een baan bij de Amstelbrouwerij aan de Mauritzkade. "Ik heb nooit een oproep voor militaire dienst gehad, want toen ik bijna aan de beurt was brak de oorlog uit in 1940. In het begin van de bezetting merkte je eigenlijk maar weinig van de Duitsers. Ze gedroegen zich nog vrij normaal, en het leven ging eigenlijk gewoon door. Af en toe vond je de illegale Waarheid of een ander krantje in de bus, maar veel mensen waren bang."

Verzet

Pas toen de jodenvervolging begon, begin 1941, sloeg de vlam in de pan en ontstond er verzet, vooral in Amsterdam. Jan: "Er waren vechtpartijen met de fascisten en aanvallen op Joodse eigendommen.
Op een zeker moment, nadat WA wachtmeester Koot was gedood tijdens een vechtpartij op het Waterlooplein die de fascisten zelf hadden uitgelokt, werd de Jodenbuurt afgesloten. Toen er op 22 februari een grote razzia werd gehouden was het geduld van de mensen op." Die zaterdag werden er honderden Joodse mannen opgepakt, naar het Jonas Daniël Meijerplein gedreven en later weggevoerd. Ze werden geschopt en geslagen en maar twee van de 400 mannen keerden na de oorlog terug uit de kampen. De razzia, die op de volgende zondag nog een keer werd herhaald, leidde er toe dat de illegale CPN besloot om op te roepen tot staken. Op de Noordermarkt kwamen op maandag 24 februari 300 CPN leden samen die werden ingezet om het stakingsmanifest te verspreiden en aan te plakken.

Staking

Jan had toen nog geen contact met communisten. Het eerste wat hij van de staking hoorde was dat zijn vader, die in de werkverschaffing in Hoogland werkte, op dinsdag 25 februari, terug kwam van het Muiderpoortstation. CPN-leden hadden de mensen opgeroepen niet naar het werk te gaan en de meesten keerde naar huis terug. " Ik ging naar de brouwerij en zag dat er geen trams reden. Bij de brouwerij waren de mensen gewoon naar binnen gegaan. Maar bij de Vollenhove brouwerij lag alles plat, en de arbeiders kwamen ook bij ons. Iedereen is toen in staking gegaan. Dit gold voor alle brouwerijen in Amsterdam, en binnen enkele uren voor de hele stad."

Met honderden anderen trok Jan naar de Westermarkt waar een bijeenkomst zou worden gehouden. De Duitsers grepen meteen in na van de eerste schrik van de staking te zijn bekomen. Er werd geschoten en er werd met granaten gegooid. Jan: "Het voordeel was dat we in de Jordaan waren. Plotseling gingen er overal deuren open, en mensen vluchten naar binnen. Ik ben een trap op gehold en heb de rest van de middag in het huis waar ik naar binnen kon doorgebracht. Pas tegen de avond ben ik naar huis terug gegaan. Toch was het een geweldige middag. De stemming op de Westermarkt leek op een bevrijding. Je werd door mensen die je niet kende gegroet en de Internationale werd gezongen, een onvergetelijk ogenblik."

CPN

Omdat Jan zelf geen contacten met de CPN had was het voor hem niet duidelijk dat de Partij achter de staking zat. "Als ik nu terug kijk, kon het ook alleen de CPN maar zijn die zoiets kon organiseren. De leiders van andere politiek stromingen waren weggevallen of naar de Duitsers overgelopen. Alleen de CPN kwam georganiseerd in verzet. En ook voor de Februaristaking was de Partij al betrokken bij acties in de werkverschaffing en de vrouwendemonstraties tegen de honger."

Op de tweede dag van de staking werd het pas echt grimmig en vielen er ook veel slachtoffers. Jan: "De trams gingen weer rijden met een Duitser met getrokken pistool naast de bestuurder. Vlak bij het Tropen Museum, dat toen nog het Koloniaal Museum heette en was bezet door de Grune Polizei, stopte een menigte een tram. Ik heb toen nog geholpen om de tram mee omver te duwen. Ook toen werd er weer geschoten, en we gingen er van door."

Vervolging

Door de maatregelen van de bezetter kwam er een einde aan de staking die ook Utrecht, Hilversum, Kennemerland en de Zaanstreek had bereikt. De jodenvervolging, waar het allemaal mee was begonnen, werd keihard doorgezet. Jan: "Meer en meer mensen werden weggehaald. Er werd veel hulp geboden waar het maar mogelijk was. Maar veel mensen hadden ook angst."

Jan bleef in de brouwerij werken. "Er waren niet zo veel vakbondsleden in ons bedrijf en er waren ook veel wisselingen in het personeel, maar toen Woudenberg, de toenmalige NVV voorzitter die met de bezetter collaboreerde, op bezoek kwam werd hij uitgejouwd." De brouwerijen vielen onder de voedingssector en de arbeiders kregen een Ausweis die ze vrij stelden van uitzending naar Duitsland. "Op een dag, eind 1942 of begin '43 moesten we de papieren inleveren omdat er een stempel op moest. We hebben ze nooit terug gezien. Drie dagen later zaten we in de trein naar Duitsland en waren we dwangarbeiders."

EVC

“Ik heb eerst in een vliegtuigmotoren fabriek in Berlijn moeten werken, en later werden we naar de buurt van Stetin gesleept. Hier moesten we loopgraven aanleggen. Nadat het Russische leger het gebied omsingeld had werden we weer weggebracht. Ik ben toen met een paar anderen ontsnapt en ben uiteindelijk door de Canadezen bevrijdt."

Terug in Nederland moest het land opnieuw worden opgebouwd. Jan werd gemeentearbeider bij de bestrating. "Ik werd lid van de EVC en later ook van de CPN. Toen het EVC werd opgeheven probeerde ik over te stappen naar het NVV. Dit werd een aantal malen geweigerd. Ik zou geen democraat zijn en cellenbouwers wilde ze in het NVV niet hebben. Uiteindelijk werd ik toegelaten door de inzet van mijn collega's. Ik werd toen al snel kaderlid en lid van het Amsterdamse bestuur."

Tijdens de opbouw werd de arbeiders van alles en nog wat belooft. De situatie van voor de oorlog zou nooit terugkeren. Jan: "Van die beloften is weinig terecht gekomen. Toen de gemeentearbeiders uiteindelijk in 1955 in staking gingen werd er hard opgetreden. 101 arbeiders werden uitgesloten. Uiteindelijk mochten er een aantal, waaronder ook ik, terugkomen. Maar 62 man bleven ontslagen, waaronder Dirk van Nimwegen, één van de organisatoren van de Februaristaking. Dat was de dank van de Nederlandse overheid."

Herdenking

Jan is nog steeds actief in de AKVA-KABO ondermeer in het Herdenkings Comité Februaristaking. "Van de AKVA-KABO hebben we nu alle medewerking. Met het FNV ligt dit anders. Die hebben geprobeerd het van ons over te nemen. Dit pikte we natuurlijk niet. We blijven ons inzetten en wijzen ook ieder jaar weer op de rol van de CPN in de staking en het verzet."

Voor Jan is de jaarlijkse herdenking van de Februaristaking meer dan alleen het herdenken van de slachtoffers, wat op zich natuurlijk al heel belangrijk is. "Het is ook een waarschuwing, een blijvende vlam van verzet tegen het fascisme. We moeten waakzaam blijven. Altijd en overal. Wat er nu in Oostenrijk gebeurd is in feite hetzelfde als in Nederland en ook Duitsland voor de oorlog. De armoede neemt toe door toedoen van de heersende klasse. Mensen die dan niet meer verder weten trappen dan makkelijk in de val van de fascisten. Laat niemand beweren dat het om proteststemmen gaat, er wordt bewust gekozen. Maar wie daarvoor verantwoordelijk is moet ook duidelijk zijn, de veroorzakers van de armoede en de ellende. Veel mensen zien dat over het hoofd."

Volgens Jan zijn de lessen uit de geschiedenis niet geleerd. "Wat wel opvalt is dat ik steeds meer jonge mensen zie tijdens de herdenking. Dat geeft moed. Ik hoop dat het er dit jaar nog veel meer zijn. Die waakzaamheid moeten we overdragen, om een herhaling van de geschiedenis te voorkomen."


HOME