AFVN

"Geef mij vier jaar en jullie zullen Duitsland niet meer herkennen"

Inhoudstafel:
Marxistische Studies nr. 101
Auteur:
Herwig Lerouge

80 e verjaardag van Hitlers machtsgreep

Op 30 januari 1933, als Hitler aan de macht komt in Duitsland, begint een periode van de meest gruwelijke misdaden tegen de mensheid. In twaalf jaar tijd zetten de nazi's een bloedige dictatuur op, veroorzaken zij een wereldoorlog en de dood van 70 miljoen mensen en plannen en verrichten zij een genocide op industriële schaal.

In de regeringsverklaring van 1 februari 1933 belooft Hitler het Duitse volk een verbetering van de situatie van de arbeiders en de boeren en het behoud en de versterking van de vrede. "Geef mij vier jaar en jullie zullen Duitsland niet meer herkennen", voorspelt hij.[1] Na vier jaar oorlog zijn het verwoeste Duitsland en Europa inderdaad onherkenbaar geworden.

Men vraagt zich af hoe het fascisme in Duitsland aan de macht kon komen, wie de verantwoordelijken waren en hoe men de terugkeer ervan kan verhinderen. Een wetenschappelijke kennis van de oorsprong en de diepere aard van het fascisme versterkt de hedendaagse strijd.

Legale staatsgreep

Op 30 januari 1933 benoemt de Duitse president Hindenburg Adolf Hitler, de leider van de Duitse Nationaal-Socialistische Arbeiderspartij (afgekort de nazi's), tot eerste minister. Hindenburg is opnieuw president geworden in maart 1932, terwijl de nazi's Hitler hebben voorgesteld. De centrumpartij steunt de uittredende president, de monarchist Hindenburg. De socialistische partij SPD weigert om samen met de communistische partij KPD een gemeenschappelijke kandidaat voor te stellen en steunt Hindenburg met de uitspraak: "Versla Hitler - stem Hindenburg". De KPD voert campagne onder het motto: "Stemmen op Hindenburg is stemmen op Hitler. Stemmen op Hitler is stemmen voor oorlog." Negen maanden later benoemt Hindenburg Hitler. Geen negen jaar later breekt de oorlog uit.

De eerste regering-Hitler telt maar drie nazi's, onder wie Hitler zelf. Hij is niet aan de macht gekomen met een verkiezingsoverwinning, noch op basis van een parlementaire meerderheid. Hij durft zich zelfs niet voor te stellen aan het parlement, omdat hij in de minderheid is. Hij verkiest het parlement te ontbinden en nieuwe verkiezingen te organiseren op 5 maart.

Dit uitstel geeft hem de mogelijkheid om vijf weken te regeren zonder parlementaire controle. Het gaat hier om een legale staatsgreep, want de toenmalige Duitse grondwet geeft de president de toestemming om het parlement te ontbinden of tijdelijk op te schorten.

Schrikbewind

Op 4 februari 1933 vaardigt Hindenburg een noodverordening uit die elke kritiek op de regering verbiedt. De vrijheid van vereniging en pers van de KPD en andere linkse organisaties wordt afgeschaft. De KPD zit op dat moment in haar verkiezingscampagne.

Op 27 februari steekt een labiele Nederlandse anarchist de Reichstag, het Duitse parlement, in brand. Verschillende historici zijn ervan overtuigd dat de brand veroorzaakt werd door de stormafdeling (SA of Bruinhemden) van de nazi's. Wat hierop volgt, bevestigt de thesis van de vooraf geplande provocatie. Voordat het onderzoek kan beginnen, beweert de radio dat de communisten de schuldigen zijn. Dezelfde nacht worden ruim tienduizend communisten, socialisten en progressieven gearresteerd op basis van op voorhand voorbereide lijsten. De hele communistische pers en verschillende socialistische kranten worden verboden. De vrijheid van pers en vereniging wordt definitief afgeschaft.

Ondanks deze repressie bezorgen de verkiezingen de nazi's geen meerderheid, zelfs geen tweederdemeerderheid voor de coalitieregering geleid door Hitler. Daarop schrapt de regering de 81 mandaten van de KPD, zonder protest van enige andere partij, zelfs niet van de socialisten. Hierna stemt het parlement het vertrouwen in de regering en geeft de regering Hitler de toestemming om wetten uit te vaardigen zonder parlementaire toestemming. In feite gaat het hier om een zelfontbinding. De socialisten stemmen tegen de regeringsverklaring, maar oordelen dat de verkiezingen democratisch zijn ondanks de repressie.

In twee jaar tijd verbieden de nazi's de politieke partijen. Ze vermoorden 4.200 mensen en arresteren 317.800 opposanten, van wie 218.600 mensen verwond en gemarteld worden. Op 20 maart 1933 vestigt de nazistische politiecommissaris van München Himmler in een oude kruitfabriek in Dachau het eerste concentratiekamp voor politieke gevangenen. Hetzelfde jaar zullen er nog veertig volgen.

Ik heb miljoenen achter mij

Hitler is dus niet democratisch verkozen, zoals men dikwijls beweert. In werkelijkheid wordt de beslissing om hem tot rijkskanselier te benoemen al enkele weken daarvoor genomen, op 3 januari, in de villa van bankier Von Schröder. Tot die tijd zijn de grote industriëlen en bankiers verdeeld over hem.

Tussen 1918 en 1923 trachten de meest rechtse kringen van de heersende klasse herhaalde malen om zich door middel van staatsgrepen en een militaire dictatuur te ontdoen van het parlementair systeem. Een bekende poging is de putsch van Kapp in 1920. Ze willen de voornaamste rechten die de arbeiders verworven hebben gedurende de revolutie van november 1918 afschaffen en zo wraak nemen voor wat zij in 1918 verloren hebben. Deze kringen steunen op een deel van het leger en talrijke reactionaire organisaties. Een van hen, de NSDAP (de Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiderspartij), heeft in Beieren een stevige lokale invloed. Veel industriëlen zien in de NSDAP een organisatie die de moeite waard is om te steunen en financieren de partij. Het leger stuurt Hitler als informateur naar de partij als hij nog militair is.

De politici van de Duitse burgerij trekken lessen uit de mislukking van de putsch van Kapp en uit alle pogingen om op een gewelddadige manier een einde te maken aan de Weimarrepubliek. De organisatie en de kracht van de Duitse arbeidersbeweging zijn te groot en maken verdere pogingen tot staatsgreep zinloos. In 1923 zegt de baas van de staalindustrie Stinnes tegen de Amerikaanse ambassadeur: "We moeten een dictator vinden die de macht heeft om alles te doen wat nodig is. Deze man moet de taal van het volk spreken en zelf een burger zijn. Wij hebben zo'n man"[2].

Met de crisis van 1929 besluiten deze bourgeoisiekringen om te wedden op de partij van Hitler die van hen steeds grotere steun krijgt. Zonder hun miljoenen zou Hitler nooit zo belangrijk geworden zijn. Zij stellen hun leegstaande hangars ter beschikking en hij vormt die om tot een naziversie van het Leger des Heils. Armen zonder werk vinden er een kom soep en een bed voor de nacht. Voor zij het goed en wel beseffen, krijgen zij een uniform aangemeten en defileren zij in ganzenpas achter de nazivlag. Gedurende de presidentiële campagne van 1932 plakken de nazi's miljoenen affiches, drukken zij twaalf miljoen speciale nummers van hun krant en organiseren zij drieduizend meetings. Voor de eerste keer maken zij ook gebruik van films en platen. Hitler vliegt in een privévliegtuig van de ene naar de andere meeting. In 1932 telt de nazipartij miljoenen permanente medewerkers. Het onderhoud van de Sturm Abteiling alleen al kost twee miljoen mark per week. Wie betaalt dat? Zeker niet de werkloze leden van de nazipartij …

Bij de federale verkiezingen van september 1930 wordt de NSDAP de tweede partij met meer dan zes miljoen stemmen. Belangrijke vertegenwoordigers van de heersende klasse zijn voor de vorming van een regering met deze partij. Zij nodigen Hitler uit om zijn ideeën uiteen te zetten voor kringen van grootkapitalisten en velen van hen treden toe tot de partij. De directeur van de firma Siemens, Carl Friedrich von Siemens, houdt op 27 oktober 1931 een toespraak voor belangrijke leden van de Amerikaanse financiële wereld om de vrees voor een eventuele machtsovername van de regering door de nazi's te verjagen. Hij legt vooral de nadruk op de wil van de nazi's om de socialisten in Duitsland uit te roeien. Op 26 januari 1932 organiseert Fritz Thyssen, de magnaat van de staalindustrie, een conferentie van Hitler voor meer dan honderd grote bazen in de Düsseldorfer Industrieclub, waar Hitler verzekert dat zijn beweging de basis van de Duitse economie ziet in het privébezit en dat zijn voornaamste doel is om definitief het marxisme in Duitsland uit te roeien.

Vlug, voor het te laat is

Maar het zal nog een jaar duren alvorens deze patroons het kanselierschap aan Hitler toevertrouwen. Zij zijn bang voor de reactie van de arbeidersbeweging. Bovendien leveren zij onder elkaar een verwoede machtsstrijd, waarbij elk van hen de leiding over de toekomstige dictatuur wil nemen.

Maar bij de federale verkiezingen van 6 november 1932 vergroot de Duitse communistische partij sterk haar invloed onder de arbeiders, in het nadeel van de socialistische partij, die meer en meer haar greep op de arbeidersklasse verliest. Het kapitaal vreest een revolutionaire opstand. En de NSDAP verliest twee miljoen stemmen. Een nog grotere neergang van de partij riskeert alle hoop van het patronaat te vernietigen. Zij zetten hun interne ruzies aan de kant en besluiten om vlugger de macht toe te vertrouwen aan de partij van Hitler.

Op 19 november vragen bankiers, grootindustriëlen en grootgrondbezitters aan president Hindenburg om Hitler te benoemen tot rijkskanselier. De ontmoeting tussen de eerste minister in functie Von Papen en Hitler in de villa van bankier von Schröder op 4 januari 1933 bezegelt de regelingen die zullen leiden naar 30 januari 1933.

Sommige patroons hebben nog twijfels over Hitlers capaciteit om zijn achterban te controleren en vrezen dat die is opgehitst door demagogische toespraken tegen het grootkapitaal. Maar Hitler stelt hen gerust. Op 20 februari 1933 krijgt hij het puik van het Duits grootkapitaal aan zijn kant. De zogezegde 'antikapitalistische' vleugel van de partij, die gelooft in de demagogie van Hitler en denkt dat de nazi's maatregelen zullen nemen tegen het grootkapitaal, wordt geëlimineerd. Gedurende de nacht van de lange messen, op 30 juni 1934, laat Hitler duizend kaderleden van zijn eigen Stormafdeling vermoorden.

Thyssen, Krupp, Siemens en anderen bepalen de economische politiek van Hitler. Het volstaat om de samenstelling van het Hoog Economisch Comité onder de naziregering te bekijken. Wij vinden er de heer Krupp von Bohlen, koning van de wapenindustrie, Fritz Thyssen, staalbaron, Carl von Siemens, koning van de elektriciteit, Karl Bosch van de verfindustrie.

De regering-Hitler blokkeert de lonen op het zeer lage niveau dat in 1932 werd veroorzaakt door de crisis. De werknemers worden van al hun rechten beroofd en bedreigd met opsluiting in een concentratiekamp in geval van staking.

De naziwet van 15 mei 1934 beperkt de vrijheid om van werkgever te veranderen. Het 'werkboekje' wordt in februari 1935 ingevoerd. Zonder dit document kan geen enkele werknemer aangeworven worden. Zoals in België in de negentiende eeuw kan een patroon verhinderen dat een werknemer ergens anders gaat werken door zijn werkboekje te 'bevriezen'.

Het fascisme voert de kapitalistische logica op tot het uiterste. Het najagen van competitiviteit leidt tot een neerwaartse spiraal van de lonen en sociale verworvenheden. Het fascisme brengt de concurrentiekracht van de Duitse fabrieken tot nooit eerder geziene hoogten. In de werkkampen zijn de loonkosten en de sociale lasten bijna herleid tot nul. Ondernemingen wedijveren om te kunnen beschikken over de grootst mogelijke hoeveelheid werkkrachten uit de concentratiekampen. Onder hen het puik van het grootkapitaal. Om transportkosten te besparen bouwen sommige bedrijven hun fabrieken in de onmiddellijke omgeving van de kampen.

Het werkloosheidsprobleem wordt opgelost door een deel van de werklozen naar het leger te sturen en een ander deel naar de wapenfabrieken. Beide groepen zijn dus verplicht om hun eigen dood en die van miljoenen anderen voor te bereiden.

Een catastrofe die vermeden kon worden

Beweren dat het fascisme de verkiezingen van 1933 met 'gemak' wint, klopt niet met de feiten. De Duitse arbeidersklasse strijdt vijftien jaar lang tegen opkomend extreem rechts alvorens de fascistische dictatuur zich kan vestigen. In deze strijd verliezen tientallen duizenden arbeiders het leven onder de kogels van de vijand. De reden dat zij er uiteindelijk toch niet in slagen om de installatie van de fascistische dictatuur te beletten, is niet de superioriteit van het fascisme. De reden is dat de actie van de werknemers verlamd wordt door hun leiders. Volgens de bekende Duitse historicus Kurt Gossweiler, specialist op het gebied van fascisme, had deze catastrofe afgeblokt kunnen worden, maar enkel door de arbeidersbeweging in een verenigd front, door de vereende massastrijd van alle antifascisten, ook buiten het parlement.

De Duitse communistische partij is de enige politieke kracht die zich met een onverzoenbare vijandelijkheid verzet tegen het fascisme. Zij onderschat waarschijnlijk veel te lang het gevaar, maar zodra het besef daagt, is de partij bereid om alle middelen en alle nodige krachten te mobiliseren om de machtsovername van de fascisten te beletten. Maar zij is niet sterk genoeg om de werknemers te doen opstaan zonder en tegen de socialistische leiding. Waarschijnlijk had de partij veel vroeger en meer inspanningen kunnen doen om samen met de socialistische werknemers één front op te richten. Maar het valt sterk te betwijfelen of het antwoord van de leiding van de socialistische partij op deze inspanning positief geweest zou zijn.

In de voorbereidingsperiode van de fascistische dictatuur spelen de leiders van de rechtse vleugel van de sociaaldemocratie een zeer negatieve rol. De arbeidersklasse wordt in een onbeschrijfelijke ellende gestort. De regering van de socialist Müller start van bij het begin van de crisis van 1929 een draconische politiek tegen de arbeiders en voor het kapitaal. In 1929 verkrijgen de kapitalisten een belastingvermindering van 1,37 miljard mark. De belastingen (vooral de indirecte) en de taksen die de massa van de bevolking treffen gaan omhoog. De taksen op de meest noodzakelijke producten brengen 2 miljard mark op in 1929. De regering stemt in met een plan dat de uitkeringen voor 1,2 miljoen werklozen vermindert of schrapt. Het aantal mensen die worden uitgesloten van een uitkering verhoogt van 500.000 in 1927 naar meer dan een miljoen in 1930. In januari 1930 geniet 80 procent van de werklozen van een uitkering, maar in december van datzelfde jaar zijn dat er nog slechts 57 procent.

Van 'kwaad naar erger' naar Hitler

In maart 1930 zorgt rechts voor de uitsluiting van de socialisten uit de nationale regering. Dan komt de regering-Brüning van de centrumpartij en maakt van 'de sanering van de staatsfinanciën' haar voornaamste programmapunt. Met het oog op 'het minste kwaad', dat wil zeggen om 'het fascisme te voorkomen', geeft de sociaaldemocratie haar parlementaire oppositie tegen de regering-Brüning op. Zij besluit om de regering te 'tolereren' en te stemmen tegen elke motie van wantrouwen in het parlement.

Er komt zelfs geen reactie van de sociaaldemocratie wanneer de regering in november 1931 besluit tot een loonsvermindering van 10 à 15 procent, de annulering van de bestaande collectieve overeenkomsten, de terugval van de lonen naar het niveau van 10 januari 1927, de afschaffing van het stakingsrecht, de vermindering van de sociale uitkeringen en een verhoging van de bijdragen, het uitstel van de sociale verkiezingen met een jaar en de afkondiging van de uitzonderingstoestand. In feite betekenen deze verordeningen een reële loonsvermindering van 27 à 29 procent. In de praktijk betekent dit de volledige afschaffing van de democratische rechten van de werknemers.

Ondanks haar aanklacht tegen deze verordening in de pers, werkt de SPD mee aan de goedkeuring door haar afgevaardigden zich te laten onthouden.

De socialistische leiders reageren scherper tegen de communisten dan tegen de fascisten. Op 1 mei 1929 verbiedt de socialistische politiechef van Berlijn betogingen. De 200.000 arbeiders die toch betogen laat hij onder vuur nemen, waarbij 33 betogers om het leven komen. Hij verbiedt de krant van de KPD en op 3 mei verbiedt de socialistische minister van Binnenlandse Zaken van Pruisen het Rood Strijdersfront, de organisatie voor antifascistische zelfverdediging van de KPD.

In de loop van 1930 worden ruim tachtig antifascisten vermoord door de SA, de stoottroepen van de nazi's. Een klimaat van geweld verspreidt zich over heel Duitsland. Maar Hitler speelt de respectabele politicus, bezorgd om de legaliteit. De SPD is volledig bereid om in hem te geloven. De socialistische krant Vorwärts van 3 december 1931 schrijft: "Indien men zeker was dat de nationaalsocialisten de regels van het democratisch spel in acht nemen als zij aan de macht zijn, dan zouden wij allen bereid zijn om hen in de regering op te nemen, en liever nog vandaag dan morgen."

Zelfs tegenover de directe dreiging van het fascisme weigeren de socialisten een bondgenootschap met de communisten. Wanneer in mei 1932 de rechtse machthebbers in Berlijn de socialistische minderheidsregering van Pruisen - de enige overgebleven regionale socialistische regering - ontbinden, protesteert de SPD verbaal, maar legt zich er toch bij neer. Zij bestempelt het communistische voorstel om samen een algemene staking uit te roepen als 'provocatie'.

Rechts en de fascisten zijn nochtans niet voldoende talrijk om het hoofd te bieden aan een actieve weerstand van de SPD, haar strijdorganisatie Reichsbanner, de vakbond, de KPD en het RSF. Juli 1932 is waarschijnlijk de laatste kans om het fascisme te beletten om aan de macht te komen. De nazi Goebbels zegt op dat moment: "De roden hebben hun kans verkeken. Die komen niet meer terug."[3]

Op 30 januari 1933 verwerpen de socialistische leiders nogmaals het voorstel van de KPD voor een algemene staking. Zolang Hitler 'de grondwet niet schendt' willen zij niet strijden en wachten op de verkiezingen van 5 maart.

Zelfs de terreur tegen de communisten en sommige socialisten na de brand in de Reichstag verandert niets aan hun standpunt.

Nog in maart 1933 biedt Leipart, de chef van de socialistische vakbonden, Hitler zijn medewerking aan: "De vakbonden zijn bereid … tot een permanente samenwerking met de patronale organisaties. De controle door de (fascistische, nvdr) staat van deze samenwerking kan in sommige omstandigheden de waarde ervan verhogen en de werking vergemakkelijken", zegt hij.[4]

Op 1 mei 1933 roepen de nazi's en de patroons de arbeiders op om massaal deel te nemen aan de door het regime georganiseerde betogingen. De vakbondsleiders drinken de schaambeker leeg tot op de bodem en geven gevolg aan deze oproep. Dat levert hun echter niets op. De volgende dag worden de voornaamste vakbondsleiders gearresteerd en worden de bezittingen van de vakbonden aangeslagen.

Maar de SPD gaat nog verder. Op 17 mei stemmen de sociaaldemocratische afgevaardigden voor de 'geweldloze revolutie' van Hitler op de Reichstag. Dit gaat over een eis voor de herziening van het Verdrag van Versailles, zodat alle hindernissen voor de expansionistische bedoelingen van Duitsland uit de weg geruimd zijn.

Ook deze onderdanigheid brengt de SPD niets op. Op 22 juni 1933 verbiedt Hitler elke politieke activiteit van de SPD. Een aanzienlijk aantal socialistische en syndicale ambtenaren, onder wie de om trieste redenen beroemde minister van Binnenlandse Zaken van Pruisen Severing, aarzelen niet om over te lopen naar de nazi's.

In 1935 zegt Geoges Dimitrov, de leider van de Communistische Internationale: "Was de overwinning van het fascisme onvermijdelijk in Duitsland? Neen, de arbeidersklasse kon haar afwenden. Maar daarvoor moest zij de leiders van de sociaaldemocratie verplichten om haar campagne tegen de communisten te stoppen en om de herhaalde voorstellen van de communistische partij voor verenigde actie tegen het fascisme te aanvaarden. Zij had kunnen antwoorden met een echte massastrijd, die de plannen van de fascisten en de Duitse bourgeoisie gedwarsboomd zouden hebben".[5]

Enkele bronnen om meer te weten over de oorsprong van het fascisme, de krachten die het aan de macht brachten en het verzet.

Marxistische Studies, nr. 67-68, 2004. Kurt Gossweiler, "Hitler, de onstuitbare opgang. Opstellen over het fascisme". Zie: http://www.marx.be/nl/content/archief?action=select&id=63.

Marxistische Studies, nr. 74, 2007. Kurt Gossweiler, "De Duitse economie 1933-1934 van wereldcrisis tot herstel door intensieve herbewapening". Zie: http://www.marx.be/nl/content/archief?action=get_doc&id=&doc_id=347.

Etudes Marxistes, nr. 15, 1992, Herwig Lerouge, "Sans la trahison du parti socialiste allemand, la fascisme n'aurait jamais triomphé en Allemagne dans les années trente" (enkel in het Frans), Zie: http://marx.be/fr/content/%C3%A9tudes-marxistes?action=get_doc&id=14&doc....

Herwig Lerouge (herwig.lerouge at teledisnet.be) is hoodfredacteur van Marxistische Studies.


[1] Thierry Feral, Le nazisme en dates (novembre 1918 - novembre 1945), Editions L'Harmattan, 2010, p. 173. A. Hitler, Eerste radiotoespraak als Kanselier, 10 februari 1933. Ook op http://books.google.be.
[2] Kurt Gossweiler, "Van Weimar tot Hitler. Hoe het tot het vestigen van de fascistische dictatuur kwam." Marxistische Studies 67-68, 2004. http://www.marx.be/nl/content/archief?action=get_doc&id=63&doc_id=363.
[3] Baay: "Der andere 20 juli", Die Zeit nr. 29 van 21 juli 1972.
[4] Françoise Knopper, Gilbert Merlio, Alain Ruiz, Le National socialisme, une révolution? 1977, Presses Universitaires du Mirail. p. 156. Ook op http://books.google.be.
[5] Georgi Dimitrov, De eenheid van de arbeidersklasse in de strijd tegen het fascisme. Zie: http://www.marxists.org/nederlands/dimitrov/1935/1935fascisme.htm