AFVN

De Waarheid, 17 Februari 1945, editie Zuid-Limburg

DUITSLAND VOOR DE NEDERLAAG

De Russische tanks naderen de Duitse hoofdstad. Ook aan het Westfront neemt het geallieerd offensief in hevigheid toe. De dag nadert, waarop het nazimonster vernietigd zal worden. Vast staat, dat het "Derde Rijk", dat voor duizend jaren gesticht heette, zijn 13e jaar niet overleven zal. Duitsland, het fascistische Duitsland staat voor zijn nederlaag. En wat dan? Wat zal dan de taak der volkeren zijn? Harry Pollit, de knappe leider van de Engelse Communistische Partij, heeft er een zeer typisch antwoord op gegeven. Hij zei: We moeten de vrede winnen!
Het loont de moeite om die gedachte te realiseren. De vrede winnen! Ook daar zal strijd voor nodig zijn, strijd tussen bekrompen haat en brede visie, ook en vooral met betrekking tot het belangrijkste probleem, de toekomstige positie van Duitsland en van het Duitse volk.
Het is dan ook geen toeval, dat daar veel, zeer veel aandacht aan wordt besteed, omdat met de oplossing van dit vraagstuk inderdaad het winnen van de vrede samenhangt.

Er zijn meningen, die zeggen, dat het onmogelijk is met het Duitse volk in vrede te leven. Hier geldt als voornaamste argument: het Duitse volk is oorlogszuchtig, heerszuchtig, autoritair en het heeft een ondemocratische kuddegeest. En deze eigenschappen zouden het het Duitse volk onmogelijk maken om als zelfstandige natie te midden van de Europese volken te leven. Aldus neigen deze meningen min of meer naar de opvattingen van Clemenceau aan het einde van de vorige oorlog, die neerkwamen op een verdeling van het Duitse gebied onder andere Europese staten. De huidige annexionisten gaan zelfs nog een stap verder en verklaren, dat de te annexeren gebieden van de Duitse bevolking gezuiverd moeten worden... Wellicht is het mogelijk, dat we de vorengenoemde mening een weinig te markant hebben laten uitkomen en we deden dit dan niet zonder opzet. We wilden slechts het utopische van een dergelijke gedachtegang aantonen, laten zien, dat zulk een opvatting wel haat en bekrompenheid demonstreert, doch nimmer de mogelijkheid biedt om de vrede te winnen. We keren ons daarom tegen een dergelijke oplossing, indachtig de leerstelling, dat geen volk vrij kan zijn, dat andere volken onderdrukt.
We willen niet ontkennen, dat het Duitse imperialisme, dat wil zeggen de Pruisische landjonkers, de Krupps, de Stinnessen, de Thyssens en de Voglers, oorlogszuchtig, autoritair en antidemocratisch zijn. Maar is dit alleen een karaktertrek van het Duitse imperialisme?
De geschiedenis van het imperialisme leert, dat dit overal het geval is. Alleen, en deze oorzaak mogen we niet vergeten: het Duitse kapitalisme heeft zich zeer laat ontwikkeld, eerst de oorlog van 1870 bracht een Duits rijk naar voren en toen de imperialistische tendensen tot ontwikkeling kwamen vond het een wereld, die reeds door imperialistische grootmachten was verdeeld. Dit feit nu geeft aan het Duitse imperialisme een speciaal agressief karakter, een karakter, dat alle laat ontwikkelde imperialistische staten eigen is. Zien we slechts naar Japan en Italië!
Dit agressieve karakter nu van het over de staatsmacht beschikkende imperialisme komt ook tot uitdrukking in de opvoeding van het volk en het gehele opvoedingssysteem wordt in de banen van agressie, van militarisme geleid. Elke poging om tot democratische ontwikkeling van het volk te komen, wordt met geweld de kop ingedrukt. Om slechts een historische parallel te trekken: Moesten de grote figuren, die het Duitse volk voortbracht al niet in de vorige eeuw een groot deel van hun leven in de emigratie doorbrengen? Vormden onder die emigranten de socialis-tische vleugel niet een integrerend deel? Dat waren geen maatregelen van maar tégen het Duitse volk, maatregelen genomen door hetzelfde slag mensen, die na 1933 weer precies dezelfde maatregelen toepasten, alleen in nog afschuwelijker, nog onmenselijker vorm. Niemand zal de geweldige invloed van de staat op zijn bevolking ontkennen. In het midden van de vorige eeuw schreef Friedrich Engels, de grote kenner van de Engelse arbeidersbeweging in een brief aan zijn vriend Marx, die te Parijs vertoefde, als antwoord op een vraag van de laatste, dat de doorsnee Engelse arbeider net zo imperialistisch dacht als de Tories (een benaming van de uiterst reactionaire vleugel van de Engelse bourgeoisie). Ook uit de geschiedenis van Nederland zouden dergelijke en soortgelijke voorbeelden van reactionaire volksbeïnvloeding zijn aan te halen. Eigenlijk zou het een bevestiging van de fascistische theorie over "Duitse Übermensen" zijn, indien we de mening zouden huldigen, indien we deze factoren voor het beïnvloeden van het Duitse volk door de geest van het agressieve Duitse imperialisme zouden ontkennen. We huldigen de theorie van de "Duitse Übermensen" niet, en om de militaristische en chauvinistische geest van het Duitse volk te breken, moet het Duitse imperialisme gebroken worden, moet het Duitse volk van de Pruisische landjonkers, van de Krupps, de Stinnessen, de Thyssens en de Voglers worden bevrijd en dan zal het zich als democratisch volk kunnen ontwikkelen, en zal het op het gebied van wetenschap en cultuur nog grotere figuren kunnen voortbrengen, dan het reeds deed, ondanks het bestaan van het reactionaire en brute Pruisische militarisme.

Aan het einde van de vorige oorlog was er een mogelijkheid om de macht van de Pruisische landjonkers te breken. In de stem van Karl Liebknecht, deze grote en zuivere figuur, sprak reeds tijdens de oorlog van 1914-1918 die gedachte en ze werd door grote groepen van het werkende volk gehoord en opgevolgd. Op 27 Juni 1916, de dag voor de "berechting" van Liebknecht door de krijgsraad, demonstreerden 25.000 arbeiders op de Potzdammerplatz en op de dag dat de rechtscomedie, die achter gesloten deuren plaats vond, begon, legden 65.000 munitiearbeiders in Berlijn het werk stil en staakten drie dagen. De Pruisische landjonkers begrepen zeer goed, waar het gevaar school en koelbloedig werd op 15 Januari 1919 Karl Liebknecht vermoord en met hem die andere klare kop van het Duitse socialisme, Rosa Luxemburg. Met bruut geweld werd de werkelijk democratische beweging, namelijk de volksbeweging neergeslagen. Op de begraafplaats Friedrichsfelde in Berlijn liggen de lijken van deze vermoorden. De nazi's hebben het grootse grafmonument van deze democratische strijders tijdens hun beestachtig bewind gesloopt; ze konden het in grote letters aange-brachte maanwoord: "Ich bin, ich war, ich werde sein!", niet verdragen. Het neerslaan van de Duitse revolutie door het Pruisische jonkerdom, het daarop gevolgde in toepassing brengen van het Versaille-verdrag, en de na 1933 gevoerde politiek van concessies aan het Hitlerregiem, dat alles is verantwoordelijk voor het doordringen van de fascistische ideologie onder het Duitse volk.
De vrede winnen wil o.m. zeggen de voorwaarden scheppen om het Duitse volk van de fascistische, door het Duitse imperialisme ingepompte geest te bevrijden. Ook Nederland zal daarbij een taak hebben te vervullen. Maar het moet zich daarbij op Nederlands standpunt plaatsen. Zeer terecht wijst het Eindhovense "Parool" van 3 Februari annexatie van Duits gebied door Nederland af. We verheugen ons over dit standpunt, het is gezonder en getuigt van meer werkelijkheidszin dan we voor enige maanden ontmoetten in de Maastrichtse editie van genoemd blad. Dat wil niet zeggen, dat we niet voor een tijdelijke bezetting van Duitsland zijn. Indien de toekomstige vredesorganisatie zulk een tijdelijke bezetting van Duitsland vereist, we zullen als geallieerde bondgenoot ons deel van die last dragen. Maar die bezetting zal een opvoedend karakter moeten dragen, ze zal gericht moeten zijn op het ontwikkelen van de democratische krachten in het Duitse volk. Ze moet, we schreven het reeds eerder, een quarantaine zijn en niet tot doel hebben een koloniale staat in het hart van Europa te scheppen. De machtsposities van het Duitse imperialisme moeten worden gebroken. Als de in Lublin gevormde Poolse regering met haar program van agrarische hervorming een groot gedeelte van Oostelijk Duitsland bezet, dan zien we daarin een mogelijkheid om de Pruisische jonkers en hun invloed te vernietigen. In het onteigenen van de zware industrie van hun bezitters zien we een verdere voorwaarde daartoe. Zeer zeker zal deze industrie in de eerste tijd onder leiding van de geallieerde bezetting voor het herstel van de door de oorlog aangerichte verwoestingen moeten worden gebruikt. Doch als die schuld is ingelost en intussen de democratische krachten in het Duitse volk tot ontwikkeling zijn gekomen, dan zal deze algemeen bezit van het Duitse werkende volk moeten worden en zoals voorheen het bezit dezer geweldige industrieën in handen van een kleine, dictatoriale kaste een funeste invloed heeft uitgeoefend, zal het straks, als bezit van een volk een pand voor de verdere democratische ontwikkeling zijn.
We geven toe deze oplossing schijnt moeilijker dan die der annexionisten. Maar het is de enige goede oplossing. Langs die weg is alleen een democratisch Duits volk te midden van andere democratische volken te scheppen. Het zal veel moeite, veel inspanning kosten. Daarom ook: We moeten de vrede winnen!

De Waarheid, 17 Februari 1945. Editie voor Zuid-Limburg.

Overgenomen uit het boek:
DE WERELD VAN DICHTBIJ - Toon Nagtegaal