Het historisch besef van Balkenende

Door Celine van der Hoek

Kortgeleden bracht minister-president Balkenende een bezoek aan Israël, naar aanleiding van de vredesbesprekingen tussen Sharon van Israël en Abas van de Palestijnse regering. Balkenende hield een rede in de Knesset die kenmerkend was betreffende zijn kennis van de gebeurtenissen tijdens de bezetting van ons land door de Duitse fascisten. Nu is het bekend dat Sharon niet te spreken is over het feit dat veel Nederlanders begrip hebben voor de strijd van de Palestijnen tegen hun onderdrukking die al meer dan vijftig jaar duurt, had dat soms invloed op die rede?

Balkenende sprak onder andere over de onver-schilligheid van een groot deel van onze bevolking ten opzichte van de vervolging van de joden door de Duitse bezetter. Dat was ook juist. Maar dan kwam er een beschamende en zeer beledigende aanval op het verzet in ons land. Het verzet in Nederland had niet veel voorgesteld.

Een verzet dat tot staking opriep in februari 1941 tegen de mishandelingen en in elkaar slaan van joodse mannen, vooral in buurten waar veel joden woonden. De oproep tot staken kwam van de communistische partij. Deze staking heeft zich tot ver buiten Amsterdam uitgebreid. Hieraan hebben veel arbeiders uit alle gezindten meegedaan. Er hebben ook mensen uit alle gelederen van ons volk verzet gepleegd. Velen hebben deze moedige strijd tegen de onderdrukker met hun leven moeten bekopen. Dat nog in leven zijnde voormalige verzetsstrijders zich door deze rede beledigd voelen is te begrijpen. Door deze laffe aanval op het toenmalig verzet is hun respect voor deze minister-president tot het nulpunt gedaald.

Minister-president Balkenende was ook aanwezig bij de beëdiging van de nieuwe ultra rechtse president van de Oekraïne, Victor Joesjenko. Joesjenko is sympathisant van de UNA-UNSO, de Oekraïnse nationale Assemblée. De UNA-UNSO werd in 1929 onder een andere naam opgericht, de OUN (Organisatie van Oekraïnse Nationalisten) waarvan de leden samen met de Duitse Wehrmacht tegen de Sovjet-Unie vochten. Na de val van de Sovjet-Unie werd de UNA-UNSO opgericht. De Oekraïnse Nationale Assemblée dus. Een fascistische beweging die vooral in het westen van de Oekraïne een grote aanhang onder de jeugd heeft vanwege de economische crisis sinds de privatiseringen van 1991.

In 1999 en 2000 staken leden van deze organisatie de huizen van joden, Russen en communisten in de regio Lviv in het westen van de Oekraïne in brand.

De vroegere leider van de UNA-UNSO, Andry Shkil, werd in het parlement gekozen met de steun van “Ons Oekraïne” de politieke partij van Joesjenko. De Oekraïnse regering besprak twee jaar geleden de rehabilitatie van de collaborateurs in de regio Lviv. Nu krijgen de gewezen SS’ers dezelfde pensioenvoordelen als de oud-strijders tegen het fascisme.

Joesjenko zelf kwam met hulp van de NAVO, dollars en fascisten aan de macht. (Bron: Solidair.org)
Joesjenko ontving ter opluistering van zijn beëdiging uit handen van de aartsbisschop een strijdknots uit een Pools museum die ooit behoorde aan de kozakkenhoofdman Chmelnitski, een fervent jodenhater. Deze Chmelnitski was verantwoordelijk voor progroms en moord op zeker 400.000 joden in de Oekraïne in 1648. Joesjenko kuste deze strijdknots!
Dit cadeau pastte precies in de lijn van Joesjenko’s politieke overtuiging. Deze schandalige vertoning was zonder commentaar op de televisie te zien.
Men kan dus niet beweren dat de minister-president enig historisch besef heeft. Dat geldt ook voor de media. Het was een zeer beschamende vertoning en voor ons land, dat pretendeert een democratie te zijn, een enorm minpunt.


Het Tuig mag zich weer roeren in de Oekraïne


mei 2005
achterpagina
7