De Weteringschans;
Tijdens de oorlog een onneembare veste
Door Bert Bakkenes

Terwijl het in 1944 voor veel mensen al vaststond dat de nazi’s de oorlog zouden verliezen werd de strijd tussen het verzet en de Duitse bezetters alleen maar heftiger en verbitterder. Steeds vaker kwam het voor dat illegale werkers in handen van de vijand vielen met alle gevolgen van dien. En ook steeds vaker kwam het voor dat hun verzetskameraden pogingen deden om hun vrienden weer uit de gevangenissen te halen die door de Duitsers, met hulp van Nederlandse handlangers, streng werden bewaakt. Een van die gevangenissen was de Weteringschans in Amsterdam. Midden in de stad, dicht bij het Leidseplein, werd deze gevangenis als verzamelplaats gebruikt voor mensen die zich met de meest uiteenlopende verzetsactiviteiten hadden beziggehouden. Twee maal is geprobeerd om de gevangenen te bevrijden. Beide pogingen zijn jammerlijk mislukt.

In april 1944 zaten verschillende leidende leden van de verzetsorganisaties op de Weteringschans vast. Het ging hierbij om H. Dienske van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) en P. Guermonprez van de Raad van Verzet (RVV). Er werd besloten een poging te wagen om de gevangenis te overvallen en tenminste een aantal van de vrienden te bevrijden. Het plan kwam van Gerrit Jan van der Veen, een verzetsman met een lange staat van dienst die nog kort er voor had deelgenomen aan de overval op de Landsdrukkerij in Den Haag waarbij 10.000 persoonsbewijzen waren buitgemaakt. Eerder had zijn groep het Bevolkingregister in Amsterdam opgeblazen. Van der Veen was oververmoeid door het vele verzetswerk, maar voor de Weteringschans wilde hij absoluut iets doen. Het plan werd uitgewerkt om in de nacht van 30 april op 1 mei 1944 de gevangenis te kraken.
Uit heel het land werden ervaren

verzetsmensen en saboteurs naar Amsterdam gehaald. De 28 man die bij de overval betrokken zouden zijn kwamen samen in een huis in Amsterdam waar Van der Veen de laatste instructies gaf.

Gerrit Jan van der Veen met dochters
Gerrit Jan van der Veen met dochters, Gerda links en Loekie rechts.
Daaronder Loekie met beeld gemaakt door vader.
Daaronder het hernoemen van de Euterpestraat in Gerrit Jan van der Veenstraat in Amsterdam in mei 1945.
Foto's: Nederlands Christelijk Fotopersbureau..

Een centrale rol in het plan was weggelegd voor een bewaker, Van Welsum genaamd, die in het complot zat en de voordeur zou moeten openen voor de ploeg die de overval ging uitvoeren. Het was bekend dat er daarna nog Duitse bewakers overmeesterd moesten worden. Soms waren er ook honden aanwezig, maar er was gezegd dat dit deze keer niet het geval zou zijn.

Om 04.00 uur in de nacht stal van Welsum de voordeursleutel uit het bureau van de wachtcommandant en maakte de voordeur zoals afgesproken open. Daarna dook hij meteen onder omdat zijn rol in de zaak niet te verhullen zou zijn. Door de open deur kregen Gerrit van der Veen en drie vrienden toegang tot de gevangenis. Maar al snel ging het mis. Toen een van de overvallers de deur van een wachtlokaal opentrok kwam er een woedend blaffend hond op hem af. Hij had geen keuze en moest schieten. Meteen was er alarm in de hele gevangenis en er ontstond een schietpartij tussen de vier overvallers en de Duitse bewakers. Wonder boven wonder lukte het de mannen om weer buiten te komen, waarbij zij de magazijnen van hun wapens leeg schoten. Tijdens deze schotenwisseling werd Van der Veen getroffen. Maar geholpen door zijn vriend Gerhard Badrian kon hij nog een onderduikplek bereiken. Daar bleek dat de kogels zijn onderlichaam en benen hadden verlamd. Hij werd verzorgd, zo goed als het ging, en intussen opende de SD de jacht op de overvallers. Op 12 mei deden ze een inval op het adres waar Gerrit van der Veen werd verpleegd en hij werd meegenomen. De Duitse afrekening liet niet lang op zich wachten. Op 10 juni 1944 werden Gerrit Jan van der Veen, P. Guermonprez, F.Duwaer, J. Limpers en K. Pekelharing naar de duinen bij Overveen gebracht en door de Duitsers gefusilleerd. Hun lichamen werden in de duinen begraven. Het is nooit duidelijk geworden waarom er plotseling wel honden waren in de gevangenis die nacht. Na het incident werd de bewaking nog meer verscherpt en werden de waakhonden een vast bestanddeel van de veiligheidsmaatregelen aan de Weteringschans.

Een tweede poging
Intussen nam het aantal verzetsmensen dat aan de Weteringschans gevangen zat alleen maar toe. Een incident in Haarlem op 23 juni 1944 was het startsignaal voor een tweede poging om de Weteringschans open te breken.


mei 2005
achterpagina
8

 

Op die dag werd tijdens een overval op een distributiekantoor de verzetsman Jan Wildschut opgepakt. De overval was het werk van een Knokploeg uit Alkmaar, waar Jan Wildschut aan was toegevoegd. Tijdens de ontsnapping gebruikte een NSB’er zijn fiets om Wildschut tot stoppen te dwingen en na arrestatie werd hij overgebracht naar de Weteringschans.
Wildschut was een nauwe verzetsvriend van Johannes Post een Drentse verzetsman die tot de top van de illegaliteit behoorde.

Johannes Post
Johannes Post

Post was verbonden aan de Trouw groep en was betrokken bij vele gewaagde verzetsactiviteiten. Identiteitspapieren werden gestolen, bonnen buitgemaakt en de grote klapper kwam met de overval op een politiebureau in de Haagse Archimedesstraat waarbij meer dan 50 politierevolvers, patroonhouders en scherpe munitie werden buitgemaakt. Het verzet zat dringend om goede handwapens verlegen, dus was de buit een welkome vangst. Kort na deze triomf hoorde Post dat Wildschut was opgepakt en waar hij nu verbleef. Op dat moment zaten er 140 verzetsmensen in de Weteringschans waarvan 70 ter dood waren veroordeeld. Opnieuw werden er plannen gemaakt om de gevangenis te overvallen. De lessen van de eerste actie werden meegenomen en Post begon een gedurfd plan uit te werken. In eerste instantie ging hij er vanuit dat het beter was als de overval van binnenuit kwam.

Om dit te bereiken zouden 7 leden van de KP zich laten betrappen tijdens een inbraak bij Jamin. Via contacten bij de politie en andere autoriteiten zou geregeld worden dat de mannen zouden worden opgesloten in de gevangenis aan de Weteringschans. Een bewaker die in het complot zou zitten zou dan in de nacht de celdeuren van de mannen openen en met behulp van naar binnen gesmokkelde pistolen zou de overval een makkelijke operatie moeten zijn. Er waren immers maar twee bewakers, de ene sliep terwijl de andere de wacht hield. Er zou een vergiftigde worst worden meegenomen om de twee waakhonden uit te schakelen. Maar het plan had een aantal risicovolle kanten. Als ze pech hadden zouden de “inbrekers” naar de gevangenis aan de Amstelveenseweg worden gebracht in plaats van de Weteringschans. Uit contacten was gebleken dat de politie op dit gebied niet zou meewerken, dit ondanks het feit dat er 4 politie-agenten in de KP zaten. Post bleef in eerste instantie aan zijn plan vasthouden, maar toen ook de bewaker die vanuit de gevangenis zou meewerken de zaak te riskant vond moest hij toegeven dat het risico te groot was en het plan afblazen. Intussen waren er al vele onderduikadressen gevonden in Amsterdam en omgeving voor de ontsnappende gevangenen. Dit alles ging nu in de ijskast.

Nieuwe kansen
Natuurlijk wilde niemand opgeven en de Amsterdamse KP kwam er via verschillende contacten achter dat er binnen de Weteringschans een SS'er werkzaam was die bij het verzet in een goed blaadje wilde komen. Hij maakte zich zorgen over zijn toekomst na de oorlog, werd er gezegd. De man had al wat vertrouwen opgebouwd door tijdens zijn eerdere dienstperiode aan de Amstelveenseweg boodschappen en pakjes voor gevangenen in en uit te smokkelen. Hij was zelfs een paar keer betrapt en had met disciplinaire maatregelen te maken gekregen. De man heette Jan Boogaard en woonde met zijn moeder in de Kinkerstraat. Toen leden van de KP hem voor de eerste keer bezochten beweerde de man dat hij uit armoede bij de SS was gegaan.
Na een periode aan het Oostfront, waar hij ziek

van terug kwam, was hij bewaker geworden. Maar hij deed dit met tegenzin en wilde graag zijn naam zuiveren voor na de oorlog. Als teken van vertrouwen toonde hij de KP leden een gedetailleerde kaart van de gevangenis. Deze ontmoeting vond plaats op 10 juli 1944. Volgens de leden van de Amsterdamse groep was het allemaal heel positief en bood de man een nieuwe kans om de gevangenen te bevrijden. Via de broer van Jan Wildschut zochten zij contact met Johannes Post om hem de nieuwe ontwikkelingen voor te leggen. Er komt een tweede ontmoeting en de stemming blijft gunstig. Boogaard is vastbesloten mee te werken, en hij stelt als enige voorwaarde dat er na afloop voor hem en zijn moeder zal worden gezorgd. Hij beweert hier maar een paar duizend gulden voor nodig te hebben.

Post heeft veel wantrouwen en hij moet er eigenlijk niet aan denken om met een SS'er, een handlanger van de gehate vijand, samen te werken. Maar zijn drang om zijn vrienden uit de gevangenis te halen is sterker en hij besluit mee te gaan naar de volgende ontmoeting met Boogaard om de man zelf te beoordelen. Op dat moment hebben de Amsterdamse KP'ers het meeste wantrouwen al kunnen wegnemen. Er wordt wel besloten dat de moeder van de man zo snel mogelijk naar een onderduikadres zal worden gebracht, waar ze als een soort gijzelaar kan fungeren. Na dit besluit hebben Post en de anderen een ontmoeting met Boogaard waar wordt besloten om de gevangenis binnen te dringen vanuit de woning van de conciërge. Deze woning geeft een makkelijke toegang tot het instructiegebouw. Als de overvallers in de gang van dit gebouw zijn zal Boogaard verschillende deuren openen zodat de ploeg via de binnenplaats toegang krijgt tot de Duitse afdeling van de gevangenis. Omdat mogelijk te maken moeten de bewakers en honden worden uitgeschakeld. Ook hiervoor komen oplossingen. Als lijkt te kloppen en er wordt een datum vastgesteld; vrijdag 14 juli 1944.

In de avonduren zal de KP de woning van de conciërge Ottenhof overnemen en om 3.00 uur in de nacht zal de bevrijdingsoperatie van start gaan.


mei 2005
achterpagina
9

 

Boogaard zegt toe dat hij de twee Hollandse bewakers met jenever zal uitschakelen en de honden zal vergiftigen met de worst die hiervoor speciaal zal worden aangemaakt. Voor zijn diensten krijgt hij 3200 gulden van de KP, plus een onderduikadres. Er wordt besloten om de moeder een dag voor de overval naar Groningen te brengen zodat zij in de macht van het verzet is. Maar hier komt de eerste kink in de kabel, die eigenlijk een waarschuwing had moeten zijn. De vrouw weigert op de afgesproken tijd te vertrekken en zegt pas de volgende dag, de dag van de overval, te kunnen gaan. Dit omdat ze haar spullen nog moest pakken. Niemand is blij met deze ontwikkeling maar er wordt aan de wensen van de vrouw toegegeven omdat er weinig andere keuze is. Intussen komt de ploeg bij elkaar die de overval gaat uitvoeren en de laatste besprekingen worden gehouden.

De moeder van Boogaard blijft dwarsliggen en stelt haar vertrek steeds uit. De verzetskameraden willen haar niet dwingen, omdat Boogaard dan misschien zal afhaken. Hij heeft immers een cruciale rol in het complot. Uiteindelijk wordt besloten dat de koerierster Tineke in de nacht van de overval bij de vrouw in huis zal blijven en dat ze na de overval gelijktijdig met haar zoon kan vertrekken. Dit betekende in feite wel dat ze als gijzelaar uitviel. Maar de voorbereidingen waren nu zover gevorderd dat er geen terug meer was. In de avonduren van de dag van de overval bezoeken Johannes Post en Hilbert van Dijk de conciërge om uitleg te geven over wat ze van plan zijn. De man heeft geen bezwaar. Post en van Dijk zullen zelf niet aan de overval deelnemen omdat ze Boogaard na afloop naar zijn onderduikadres zullen brengen vanuit de Kinkerstraat.
In de late avond verzamelen de 16 leden van de ploeg zich in de woning van de conciërge.
De mannen hebben een lijst met de namen van de 141 gevangenen die bevrijdt moeten worden. Met een kruisje zijn de namen aangegeven van de 70 verzetsvrienden die ter dood veroordeeld zijn. Hun bevrijding heeft prioriteit. Er was een afspraak gemaakt dat een Neder-

landse bewaker die van alles op de hoogte is voor 3.00 uur zal bellen om aan te geven dat alles in orde is. Maar het telefoontje dat bij de woning van de conciërge had moeten binnenkomen blijft uit. Dit plaatst de ploeg voor een dilemma. Het kan zijn dat de bewaker het gewoon vergeten is, of dat hij in slaap is gevallen. Dan zou een unieke kans gemist worden. Het kan ook iets anders betekenen, maar dat is niet na te trekken. Tijd voor overleg is er niet meer. De mannen besluiten gewoon te gaan en het telefoontje te vergeten. Van de 16 mannen die de overval zullen uitvoeren gaan er 12 de aartsdonkere gang van het instructiegebouw binnen. De vier anderen houden de wacht. In de gang moeten ze wachten tot Bogaard de deur vanaf de gevangeniskant opendoet. Boogaard maakt zich inderdaad kenbaar en de deur gaat open. Nog steeds in het volledige duister trekken de mannen op naar de volgende deur die ook door Boogaard moet worden geopend. Boogaard beweert dat hij de honden heeft uitgeschakeld en de bewakers opgesloten.

Verraad!!
Terwijl de mannen nog wachten klinkt er plotseling een Duits bevel van de binnenplaats waarmee de mannen wordt gemaand de handen omhoog te steken. Verzet zou zinloos zijn. “Verraad,” roept iemand. Meteen wordt er geschoten vanuit een nabijgelegen barak die op de binnenplaats is aangebouwd voor joodse gevangenen. De verzetsmannen, wetende dat ze in een val zijn gelopen, werpen zich op de grond en beginnen terug te schieten. De Duitsers schieten nu ook met een machinegeweer. Van alle kanten vliegen de kogels over en weer. Bij de hele groep leeft nog maar een gedachte “vluchten, en wel zo snel mogelijk.” Al schietend banen ze zich een weg terug naar buiten en proberen weg te komen. De afzetting van de SD buiten de gevangenis blijkt niet waterdicht en een aantal van de overvallers bereikt het Leidseplein en de omliggende straten.
Tijdens de schietpartij worden verschillende KP-leden getroffen. Buiten de gevangenis wordt de schietpartij voortgezet en de SD begint een grote zoekactie. Als de wapens stil vallen blijken 5 overvallers op de binnenplaats te zijn gearresteerd waarvan

er twee gewond zijn geraakt. Buiten wordt nog iemand aangehouden. De anderen slagen er in om weg te komen.
Intussen wordt de koerierster Tineke, die nog in het huis van moeder Boogaard is, ruw gewekt door Duitsers die pistolen op haar richten. Ze wordt geboeid en moet aanzien dat de SD'ers rustig staan te wachten tot Johannes Post en Hilbert van Dijk komen opdagen om Boogaard naar zijn onderduik adres te brengen. Ze ziet moeder Boogaard vrij in het huis rondlopen en komt tot de conclusie dat de hele zaak van a tot z verraden is. Ze hoopt nog dat haar vrienden dit zullen hebben gemerkt en niet komen opdagen. Maar dit blijkt een ijdele hoop.
Ondanks de enorme schietpartij rond de gevangenis, die in de stille nachtelijke Amsterdamse straten honderden meters ver te horen was, hebben Post en van Dijk er om 4.30 uur nog geen idee van dat er iets fout is gelopen. Blijkbaar zijn er geen posten in de buurt uitgezet om bij eventueel alarm te waarschuwen. Op de afgesproken tijd duiken ze op in de Kinkerstraat en wachten op Boogaard die zoals afgesproken in een auto van de SD zal verschijnen. Hij komt ook, precies op tijd. Als ze de auto zien zijn ze er van overtuigd dat alles echt in orde is. Maar als Post naar de auto toeloopt komen er verschillende Duitsers uit te voorschijn. Als een van de SD'ers Post naar zijn naam vraagt vindt Hilbert van Dijk het genoeg en begint te rennen. Lages, het hoofd van de SD in de Euterpestraat, gaat hem achterna. Post trekt zijn revolver en wil op Lages schieten, maar de andere SD'ers overmeesteren hem. Hij wordt door Albers en Viebahn geboeid en door de SD'ers onderleiding van Weener mishandeld terwijl ze wachten op de terugkeer van Lages. Om een einde te maken aan de wrede behandeling schreeuwt Post zo hard dat de hele Kinkerstraat in rep en roer raakt. Als Lages zonder van Dijk terugkomt wordt de zoektocht in een auto voortgezet. Maar er wordt niets gevonden. Post wordt naar de Euterpestraat gebracht. Bij het eerst verhoor noemde hij zijn echte naam en zei dat hij de leider van de overval was.
Hij weigerde een verdere verklaring te geven en werd opgesloten.


mei 2005
achterpagina
10

 

Intussen is Hilbert van Dijk nog op vrije voeten. Tijdens de achtervolging is hij twee keer door kogels geraakt, maar hij kan toch ontsnappen. Door het hevige bloeden kan hij niet naar zijn contactadres. De SD zou het bloedspoor met gemak kunnen volgen. Uiteindelijk kruipt hij in een willekeurige tuin in een duivenhok waar hij meerdere malen het bewustzijn verliest. Als de bewoners hem ontdekken bellen ze de politie. De SD'ers Viebahn en Kuiper gaan naar het adres en hoeven van Dijk alleen maar mee te nemen. Hij is totaal uitgeput en wordt nog steeds bloedend in een cel gelegd. Die dag komt er van verdere verhoren niets meer omdat er een aanslag op de SD'er Weener wordt gepleegd. Dit geeft zoveel werk dat de overval even niet belangrijk meer is. Pas op de volgende zondag, 16 juli, beginnen de verhoren weer. Niemand laat een woord los. Tegen de middag worden Johannes Post, Jan Niklaas Veldman, Willem Frederik Smit, Arie Stamrood en Jacques Stil bij elkaar op de gang gebracht in de Euterpestraat. Op brancards worden ook Hilbert van Dijk en Cor ten Hoope aan de groep toegevoegd. (Guus Tresdorf die tijdens de schietpartij het zwaarst gewond is geraakt is dan al in het Wilhelmina Gasthuis overleden).

 

Aan de groep worden ook nog 8 mannen toegevoegd die betrokken waren bij de aanslag op het bevolkingsregister in Amsterdam. Allemaal weten ze wat deze voorbereidingen betekenen.

In een gesloten vrachtwagen, omringd door bewakers, worden zij naar de duinen bij Overveen gereden. Daar word de gehele groep, inclusief de gewonden gefusilleerd. Onder de slachtoffers is ook Ernst Klijzing, een vooraanstaand lid van de Amsterdamse verzetsgroep CS-6. Zij worden in een massagraf in de duinen begraven. Na de oorlog, op 25 juli 1945, zijn de lichamen teruggevonden en herbegraven op de Erebegraafplaats Overveen. De koerierster Tineke, die in de Kinkerstraat werd opgepakt, is naar Vught gebracht en later naar Ravensbrück. Zij heeft de oorlog overleefd. Ook de conciërge Ottenhof kwam na de capitulatie uit Duitsland terug. Na de mislukte overval hebben verzetskameraden nog dagenlang gepost bij het huis van Boogaard, maar hij kwam niet meer tevoorschijn. Kort na de bevrijding werd hij gearresteerd en tegen zijn ondervragers gaf hij toe dat hij meteen na de eerste ontmoeting met de Amsterdamse KP zijn SD-bazen van het hele plan op de hoogte had gesteld.

 

Hij werd op 19 juli 1946 door de rechtbank ter dood veroordeeld en het vonnis werd op 1 maart 1947 voltrokken. Veel van zijn SD-bazen, met uitzondering van Lages, ondergingen een zelfde lot. De hele bezetting is de Weteringschans een onneembare veste gebleken.

Bronnen:
-Het drama van de Weteringschans; verhalensite www.elburgaj.com
-Den Vijand Wederstaan; K. Nobel, Anne de Vries, Frits de Zwerver
- Johannes Post; Biografisch Woordenboek van Nederland 5 (Den Haag 2002)
- Oorlogsmonumenten en Herdenkingen; Comité 4 en 5 mei
- Yad Vashemonderscheiding voor Gerrit van der Veen; Planet 10-04-2003
- Register Nederlandse Oorlogsgraven Stichting
- Register Erebegraafplaats Overveen

Ook voor de geschiedenis van de Weteringschans geldt dat er altijd nog feiten ontbreken. Mensen die informatie hebben, of verbeteringen en aanvullingen willen aanbrengen, kunnen contact opnemen met de redactie van dit blad. Als gevolg van eerdere artikelen in deze reeks zijn er intussen een aantal aanwijzingen en nieuwe feiten binnengekomen. Deze informatie zal in toekomstige vervolgartikelen worden verwerkt.

Graf Johannes Post

Dat zij en hun medestrijders

Graf Jan Niklaas Veldman

in vrede mogen rusten

De eerste twee strofen van het gedicht “Doodvonnis” dat L.P.J Braat schreef voor Gerrit Jan van der Veen en zijn vrienden:

Doodvonnis
Het vonnis is geveld
de kogel heeft gefloten
zijn kort en hevig lied
en heeft hun lijf doodgeschoten

Die lam teneder lag
die staande heeft gestreden
ook hem trof nu het lot
dat nooit hij heeft vermeden


mei 2005
achterpagina
11