De BIS: Bank for International Settlements

Over de Rothschilds en de Fed is veel gepubliceerd, maar de BIS was voor mij altijd een abstract begrip gebleven. Daar kwam verandering in tijdens een uitzending van RTL Z waarin Willem Middelkoop vertelde over een bijeenkomst van de directeuren van de Centrale Banken, verenigd in de BIS. Noch pers noch politici mogen hierbij aanwezig zijn, omdat totale geheimhouding wordt nagestreefd. Met de befaamde uitspraak van Amschel Rothschild in gedachte (“Zolang ik de geldomloop van een land controleer, maakt het mij niet uit wie de wetten maakt”), vertonen de BIS -vergaderingen sterke overeenkomsten met de besloten en geheime Bilderberg- bijeenkomsten.

De officiële website van de BIS blinkt uit door verhullend taalgebruik. Doodsaai als je niet weet waarop je moet letten. Eén van de zaken die mij het meeste opvalt, is de grote discrepantie tussen wat ze verklaren waar ze voor staan, en wat er daadwerkelijk plaatsvindt. Ik kom hier later op terug.

Geschiedenis BIS
Eerst de geschiedenis van de BIS. Hierbij valt op dat de website gemakshalve het interessantste stuk overslaat: de jaren 1930-1945.
De aanloop naar de oprichting van de BIS ving aan met het implementeren van de voorwaarden zoals die aan Duitsland waren opgelegd bij het Verdrag van Versailles in 1919.

De eerste stap was het Dawes Plan. De winnaars van de Eerste Wereldoorlog benoemden in 1924 een commissie van internationale bankiers. In hun gezelschap bevonden zich o.a. Charles Dawes (o.a.directeur van het U.S. Bureau of the Budget, later ook Vice President onder Coolidge (1925 -1929). Hij ontving in 1925 als beloning voor zijn inzet bij het Dawes Plan de Nobelprijs voor de Vrede. Hij had immers de Duitse economie “gestabiliseerd”), Owen Young (agent van de JP Morgan Bank), en Hjalmar Schacht, de latere directeur van de Reichsbank, en sinds 1935 minister van Economische Zaken in Duitsland.

Met het in 1928 aan Duitsland opgelegde Young Plan werd de Duitse economie helemaal te gronde gericht: alleen al de rente op de uitstaande leningen aan de bankiers was onbetaalbaar. Het gevolg: massawerkloosheid, een ontredderde Duitse bevolking en een goede voedingsbodem voor het Nationaal Socialisme.
Het idee om een overkoepelend lichaam te creëren teneinde de Duitse herstelbetalingen te regelen en te overzien, kwam voort uit dezelfde commissie van internationale bankiers (in het bijzonder Schacht) die het Dawes en Young Plan hadden opgesteld.

Dawes
Dawes
Schacht
Schacht

De Centrale Banken van zes landen participeerden in de BIS: België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan, en Engeland. Daarbij voegden zich ook drie Amerikaanse banken: JP Morgan, First National of New York, en de First National of Chicago, die gezamenlijk een meerderheidsbelang hadden in de overkoepelende Federal Reserve Bank (Fed) van Amerika. Hoewel de naam anders doet vermoeden, is de Fed een private instelling die kapitalen verdient aan het drukken van dollars, die vervolgens tegen rente worden uitgeleend aan de Amerikaanse overheid. Deze oplichting wordt in de nieuwe film van Hollywood regisseur Aaron Russo “Freedom to Fascism” aan de kaak gesteld. In Cannes 2006 kreeg de film een staande ovatie van het publiek.

Het bestaan van de BIS werd op 20 januari 1930 in Den Haag geformaliseerd. Het hoofdkantoor kwam in Bazel te staan. Later kwamen er twee vestigingen bij in Hong Kong en Mexico City.

BIS: het doel
In de eigen documenten noemt de BIS zich “De Centrale Bank voor Centrale Banken.”

Het doel van deze bank zou zijn:
“De doelstellingen van de bank zijn: het bevorderen van de samenwerking tussen de Centrale Banken en het aanbieden van aanvullende faciliteiten voor internationale operaties; het optreden als bewindvoerder en agent voor internationale financiële schikkingen die hen worden toevertrouwd door betrokken partijen.”

Dit gaat veel verder dan alleen het uitvoeren van het Young Plan. De BIS opereert exclusief voor Centrale Banken, en werkt niet voor individuen of bedrijven en instellingen.


december 2008
De Anti Fascist
14

 

Momenteel zijn bij de BIS 55 centrale banken aangesloten, waarvan 23 direct gelinkt zijn aan de BIS Data Bank, hun centrale computer. De bazen van deze 55 banken hebben een jaarvergadering in Basel omstreeks juni/juli. Daarnaast wordt zes keer per jaar vergaderd door de Raad van Bestuur, die bestaat uit de bankpresidenten van de FED, België, Frankrijk, Duitsland, Italië en Engeland. Dit zijn de vaste leden. Er zijn nog vijf andere centrale bankpresidenten, maar die worden verkozen door de aandeelhouders en rouleren dus.

Zo was Nout Wellink van de Nederlandsche Bank van 2002-2006 voorzitter van de raad van Bestuur. Momenteel is dat Jean-Pierre Roth uit Zürich, Zwitserland. Zie verder http://www.bis.org/about/board.htm

De speciale positie van de BIS
Fritz Leutwiler, als voorzitter van de board in 1982, deed de volgende uitspraak:”Ik heb geen politici nodig. Zij ontberen het beoordelingsvermogen van centrale bankiers”

Het verleden van de BIS onderschrijft deze uitspraak. In 1931 werd er een soort ‘corporate charter’ afgesproken, waarin het vooral ging over zaken als immuniteit en onafhankelijkheid. Nu kan bij wijze van spreken iedere bankinstelling zoiets regelen, doch bij de BIS is dit sedert 1931 volledig gerespecteerd door de landen. In 1987 werd met de Swiss Federal Council de “Headquarters Agreement” overeengekomen, een verdrag waarin de bijzondere positie van de BIS werd geformaliseerd.

Enkele opmerkelijke artikelen uit dit verdrag:
Art.2: Onschendbaarheid. De gebouwen van de BIS, en het land eronder en er omheen, onverschillig wie de eigenaar is, zijn onschendbaar. Vertegenwoordigers van de Zwitserse autoriteiten hebben geen toegang, tenzij er door de bank toestemming voor is gegeven. De archieven van de bank, alle documenten en data zijn onschendbaar, te allen tijde en waar die zich ook mogen bevinden.
De bank heeft de bevoegdheid ten behoeve van de beveiliging er een eigen politiedienst er op na te houden.

Art.4: Volledige immuniteit betreffende strafrechtelijke en civiele vervolging en procedures, voor de bank als zodanig.
‘ Eigenlijk kun je de uitzonderlijke status die hier genoten wordt een beetje vergelijken met de positie van het Vaticaan.’

Ook deze afspraken zijn er gemaakt:
Diplomatieke immuniteit voor personen en hun bagage (diplomatieke post) Geen afdracht van belasting op transacties en salarissen van personeel. Geen inzage aan regeringen voor wat betreft de activiteiten van de BIS. Geen immigratie - of reisrestricties voor mensen van de BIS. De BIS valt onder geen enkele jurisdictie.

Kortom, een staat in de staat, met absolute monetaire macht, boven iedere wet gesteld, en gecontroleerd door niemand.

De leden van de Raad van Bestuur hebben er nog enkele privileges bij:
Immuniteit voor wat betreft arrest en gevangenhouding, immuniteit voor wat betreft inbeslagname van persoonlijke bagage, en onschendbaarheid betreffende alle documenten de persoon aangaande.

Een uitzondering wordt gemaakt: immuniteit en onschendbaarheid worden opgeheven in zoals beschreven “flagrante criminele overtredingen” (wat dat dan ook mogen wezen).

Waar dit alles toe kan leiden blijkt wel uit de gang van zaken rond de Tweede Wereldoorlog. De Reichsbankspresident Walter Funk, heeft in 1943 toegegeven dat hij niet eens twee maanden zonder de bankfaciliteiten van de Zwitsers kon, teneinde over voldoende buitenlandse valuta te beschikken, zoals Zwitserse franken. Grote hoeveelheden geroofd goud van Centrale Banken in de bezette gebieden (Nederland, Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije, België, en natuurlijk van particulieren, zoals concentratiekampslachtoffers) werden bij de Reichsbank omgesmolten en met antidateringen op de staven (dertiger jaren) verstuurd naar Zwitserland (eerst vooral de SNB, later de BIS).

BIS symbool van behulpzaamheid???
De Schatkist Secretaris in Washington, Henry Morgenthau, noemde de BIS “een symbool van Nazi -behulpzaamheid”. Om die uitspraak te staven hoefje alleen maar naar de samenstelling van de Raad van bestuur te kijken toen WO2 uitbrak:

De Amerikaan Thomas McKittrick stond aan het hoofd, leden waren o.a. Hermann Schmitz, baas van IG Farben, Kurt von Schroeder, hoofd van de JH Steinbank te Keulen en een gezaghebbende positie in de Gestapo, die hij ook hielp financieren. Verder de opvolger van Schacht (die inmiddels minister van Economische Zaken was geworden)
Walther Funk, president van de Reichsbank, en Emil Puhl, vice-president.
Puhl was degene die altijd naar Basel afreisde om daar de zaken te regelen, en was ook bevriend met de Amerikaan McKittrick. Tijdens de oorlog gingen de vergaderingen en de zaken via de BIS gewoon door alsof er geen oorlog was. Het laat zien welke rol de BIS feitelijk speelt.

De Zwitserse historicus Trepp beschreef de gang van zaken als volgt: “In oorlogstijden heeft de wereld een plaats nodig waar geldmakers kunnen samenkomen, want geld is machtiger dan nationalisme. Zelfs tijdens oorlogstijd moeten ze in contact blijven met elkaar, want na de oorlog volgt wederopbouw en vrije handel.”


december 2008
De Anti Fascist
15

 

Morgenthau, die de BIS als Nazibank zag, werd in Basel vertegenwoordigd door Merle Cochran, uitgeleend door het State Department aan de Treasury. Cochran zat iedere dag lekker te lunchen met de Nazi-bestuursleden en McKittrick. Cochran die er bovenop zat, maakte Morgenthau niet slimmer dan hij was.

In maart 1938, tijdens de Anschluss, werd het grootste gedeelte van het goud van de Oostenrijkse centrale bank geconfisqueerd en naar opslagfaciliteiten van de BIS gebracht. Daarna regelde Funk dat het goud naar de Reichsbank ging.
In geschreven memoranda aan Morgenthau, verzweeg Cochran deze roof. Sterker nog, maart 1939 schreef Cochran een brief aan zijn chef, waarin hij het functioneren van Puhl en Funk prees. Een dag nadat de brief verzonden was, vielen de Duitse troepen Praag binnen.

In de beste Maffiatraditie werd de Centrale Bank in Praag overvallen en de directie werd onder schot gehouden, terwijl er van hen werd geëist de nationale goudreserve af te staan. De Tsjechen hadden de bui zien hangen en hadden de goudreserves naar de BIS getransporteerd met de opdracht het door te zenden naar de Bank of England.

De president van de Engelse Bank was echter een overtuigd supporter van Hitler. Onder druk van de Duitsers vroegen de Tsjechen bemiddeling door de Nederlandse BIS-president J.W. Beyen, die regelde dat het goud naar Basel terugging. En daarna ging het goud natuurlijk naar Berlijn. Dit zaakje kwam de Engelse journalist Paul Einzig ter ore, die het vervolgens publiceerde in de Financial News.

De publicatie veroorzaakte veel commotie in London, en Einzig kwam in gesprek met een Labour Parlementslid, George Strauss. Strauss ging kamervragen stellen aan Neville Chamberlain (grootaandeelhouder in het bedrijf Imperial Chemical Industries, dat een partnerschap had met IG Farben, waarvan de direkteur, Hermann Schitz, in de Raad van Bestuur van de BIS zat.

Strauss vroeg Chamberlain of het verhaal dat het Tsjechoslowaakse goud aan Duitsland gegeven was, klopte. Chamberlain ontkende natuurlijk glashard.

De goudvoorraad uit België heeft een iets andere weg naar de Reichsbank gevonden: In juni 1940 regelde de Belgische BIS directeur Galopin dat het goud dat door de Belgische centrale bank voor veiligheid naar de Franse centrale bank was gestuurd, werd onderschept en doorgezonden werd naar Dakar. Vandaar uit verdween het in de goudsmelterijen van de Reichsbank. Hier werden nieuwe goudstaven van gemaakt, met Duitse kenmerken erop, zoals jaartallen 1935 - 1937. Vandaar uit ging het naar de BIS.

Als er iets uit deze voorbeelden te concluderen valt, dan is dat wel dat de BIS tijdens de oorlog een centraal coördinatiepunt was voor wat betreft de goud- en valutastromen. Alle partijen namen willens en wetens actief deel aan de hierboven beschreven praktijken. Veel is boven water gekomen tijdens de rechtzittingen in Neurenberg, waar Funk en Puhl werden aangeklaagd. Er begon getouwtrek over het gestolen goud, en dat resulteerde in 1948 in het teruggeven van goud ter waarde van 4 miljoen Engelse Ponden door de BIS aan de Geallieerden.
Na de oorlog, werd McKittrick van zijn baan als leider van de Raad van Bestuur van de BIS ontheven en ging weer naar de V.S. alwaar hij door Rockefeller werd benoemd als vice president van de Chase National Bank, hoewel algemeen bekend was dat hij bevriend was met Emil Puhl, die vanuit Neurenberg slechts een kleine straf kreeg.

In 1950 ontving McKittrick zijn oude vriend als geëerde gast in de V.S.

De heer Patrick Wood, mede auteur met de heer Sutton van het boek “Trilaterals over Washington”, stelde dat de BIS vergeleken kon worden met een Stealth-bommenwerper: Het vliegt heel hoog en snel, is niet te traceren door radar, heeft een kleine bemanning en vervoert een relatief zeer grote vracht.

Het grote verschil tussen de bommenwerper en de BIS als lichaam bestaat hieruit dat de eerste afhankelijk is van de militaire commandostructuur, en dat de tweede volledig autonoom opereert en aan niemand verantwoording schuldig is.

Nico van der Laan
actualisatie Jan Cleton

Bronnen:
Wall street and the rise of Hitler, door Anthony C. Sutton ISBN 0-945001-53-3
Hitler’s secret bankers (the myth of swiss neutrality during the holocaust), door Adam Lebor, ISBN 0-8065-2l21-X
www.bis.org - officiële website van de BIS.
E J. Epstein: Ruling the world of money, 1983 Harpers Magazine
Trading with the enemy, Charles Higham, ISBN O 7090 10230
Patrick Wood: Global Banking: the Bank for International Settlements - NewsWithViews.com
Toren 1 van de Bank for International Settlements te Bazel
Toren 1 van de Bank for International Settlements te Bazel

december 2008
De Anti Fascist
16