van Celine (v.d. Hoek-deVries)

Aan het woord gastvrijheid hangt al eeuwen een prijskaartje en dat is tot op heden zo gebleven

Een stukje Nederlandse geschiedenis die ons werd verteld over de gastvrijheid in ons land
Al in de vijftiende eeuw woonden er joden in ons land, maar van wat ik er een tijd geleden over las is heel weinig bekend. De komst van Portugees-joodse vluchtelingen in de 17e eeuw naar ons land werd tijdens de geschiedenislessen op school breed uitgemeten. De joden in Portugal werden daar vanwege hun joods zijn onderdrukt en konden hun leven alleen verbeteren door zich snel te laten dopen tot christen, wat helaas ook niet altijd hielp. Er was in die tijd in Portugal ook veel armoede onder de Portugese bevolking en dat trof natuurlijk ook een groot deel van de joden. Er waren echter ook joden die in betere financiële omstandigheden leefden. Zij hadden daardoor de mogelijkheid te vluchten en kwamen ook naar ons land. Deze vluchtelingen leefden voor een deel van de handel in ongeslepen diamanten die ze naar ons land meebrachten en die dan in de Zuidelijke Nederlanden (nu België) werden geslepen en bewerkt. Later gebeurde dat ook in ons land. Door deze groep werden ook vele andere dingen verhandeld. De meeste van de joden die zich hadden laten dopen keerden weer snel terug naar de joodse godsdienst. De gedoopte joden werden in ons land met open armen ontvangen door de christelijke regenten die er door de komst van deze vluchtelingen zeker niet armer op zijn geworden. Hun jood-zijn bracht voor deze Portugezen geen enkele beperking met zich mee. Als men in de huidige tijd wordt rondgeleid in Amsterdam door stadgenoten die de geschiedenis van de stad goed kennen wordt, zeker bij het bezoeken van o.a. de Gouden Bocht van de Herengracht, waar één van deze rijke joden gewoond heeft, verteld hoe zij in elk opzicht Amsterdam economisch hielpen en groot maakten. Ze waren van harte welkom. Deze joden werden "Sefardische" joden genoemd.
Maar… toen zo’n vijftig jaar later joodse vluchtelingen uit Oost-Europa (Rusland, Polen, Roemenië) en de Baltische staten ons land binnenkwamen was de ontvangst op z’n zachtst gezegd minder aangenaam. Ze maakten in de bovengenoemde landen de ene na de andere pogrom mee en hadden van Nederland een betere ontvangst verwacht. Deze groep was arm en minder goed gekleed. Ze spraken hoofdzakelijk Jiddisch en waren toen voor de bevolking en in het bijzonder voor de regenten, die van hen financieel niet beter konden worden, vreemde wezens. Ze waren geen christenen en de maatregelen tegen hen lieten dan ook niet lang op zich wachten. Men dwong ze om in bepaalde wijken te gaan wonen. Ze beleden de joodse godsdienst en geloofden niet in Jezus Christus, die ze volgens de christenen ook nog gekruisigd zouden hebben. Ook leefden ze geïsoleerd van het christelijke deel van de bevolking.

Een beroep kiezen waarbij het lidmaatschap van een gilde verplicht was, dat was voor hen niet mogelijk. Slechts in de veehandel, tabakshandel en het geldwezen konden ze hun geld verdienen. Vanaf de 16e tot in de tweede helft van de 19e eeuw waren het hoofdzakelijk joden uit West- en Oost- Europa die naar ons land kwamen als vluchtelingen, met uitzondering van de Franse Hugenoten (protestanten). Deze christenen ondervonden geen moeilijkheden. Joden kreeg pas dezelfde rechten als de overige bevolking indien ze zich lieten dopen. Het woord racisme bestond nog niet. Deze moeilijke jaren voor de arme joden, Asjkenazies genoemd, hebben geduurd tot de bezetting van ons land door de Fransen in de negentiger jaren van de 18e eeuw tot 1812. Napoleon heeft met veel tegenwerking van de Nederlandse christelijke regenten een einde gemaakt aan het isolement van de joodse gemeenschap in ons land. De joden kregen dezelfde rechten als de niet-joodse bevolking. Ook zij kregen een achternaam die ze vaak zelf mochten kiezen en ze waren vrij in de keuze van de plek waar ze wilden wonen. Aan deze grote verbetering voor de joden was wel een voorwaarde verbonden: Ze moesten de Nederlandse taal spreken en als het enigszins mogelijk was ook schrijven . Na de Franse bezetting hebben de regenten de joden hun rechten niet meer afgenomen, echter het antisemitisme in ons land bleef.

De ontdekker van het racisme
Midden 17e eeuw werd het de joden vooral in landen zoals Duitsland en Frankrijk nog moeilijker gemaakt om te integreren dan in ons land. Het was de Franse graaf Josef Arthur van Gobineau die vond dat een jood een jood bleef ook als hij zich had laten dopen. Hij was van mening dat niet de doop, maar het ras de belangrijkste rol speelde. Hij sprak toen al over het Arische ras waartoe de joden niet behoorden. Ook vond hij dat de Fransen de macht over de Afrikaanse volken moesten behouden. Volgens hem waren zelfs bijbelse personen als David, Salomon, Jezus, Paulus en de profeten geen joden of semieten maar Germanen. Hitler was dus niet de eerste die deze onzinnige ontdekking deed. (Bron: Der Gelbe Fleck, Duitse uitgave Rütten en Loening)
Omdat ik voor dit stuk als onderwerp “de ontvangst van vluchtelingen in ons land door de eeuwen heen“ heb gekozen, wil ik over de Eerste Wereldoorlog die geduurd heeft van 1914 tot 1918 kort zijn. Deze oorlog is door Duitsland begonnen en verloren. Daar ons land bijna voortdurend een Duits koningshuis heeft gehad is het geen geheim dat de toenmalige regering volkomen pro-Duits was en dat zij door handel te drijven met Duitsland zich enorm heeft verrijkt in die periode.


december 2008
De Anti Fascist
9

 

De mensen die daaraan meededen werden “Oorlogswinstmakers” genoemd, afgekort als OW’ers.

Hitler werd op 2 augustus 1934 Rijkskanselier
Al in 1933 voordat Hitler aan macht kwam, kwamen de eerste vluchtelingen ons land binnen. Hitler voelde zich al enige jaren voordat hij daadwerkelijk het staatshoofd werd, heer en meester in de toenmalige Weimar-republiek.
De meeste van deze vluchtelingen waren communisten en links-socialisten. De laatstgenoemde groep had al na de Eerste Wereldoorlog de sociaal-democratische partij verlaten. Eén van de oorzaken hiervan was de samenwerking tussen de SPD en de Reichswehr. Deze beide groepen vluchtelingen behoorden tot de eersten die in een concentratiekamp werden opgesloten. Dat was het kamp Emsland, één van de eerste in Nazi-Duitsland gelegen kampen, niet ver van de Nederlandse grens. Aan de Duitse kant van de grens stond toen reeds de nationaal-socialistische grenspolitie. Niet alle vluchtelingen hadden het ‘geluk’ ons land binnen te komen. Een aantal viel in handen van de Duitse grenspolitie, waarvan de meesten behoorden tot de misdadige S.A., en werd vaak al aan de grens doodgeschoten. Het kwam ook voor dat zij, in ons land aangekomen, door de Nederlandse pro-Duitse collega-agenten weer werden uitgeleverd met alle gevolgen van dien. Toch lukte het de eerste Duits-Nederlandse verzetsgroepen om met behulp van de Duits-Nederlandse Rode Hulp (Rote Hilfe) nog een groot aantal van deze vluchtelingen ons land binnen te smokkelen, waarna zij door o.a. de Groningse kameraden allerhartelijkst ontvangen werden. Niet alleen in Noord-Nederland probeerden antifascisten uit nazi-Duitsland naar ons toe te vluchten om bij ons een veilig heenkomen te zoeken ook op andere plekken werd dat geprobeerd. In 1933 kwamen ook de eerste joden uit Duitsland ons land binnen. Ze mochten indien ze in staat waren om in hun eigen onderhoud te voorzien in ons land blijven. Zij beschikten op dat moment nog over een Duitse pas zonder “J” er in gedrukt. Toen echter de anti-joodse wet werd aangenomen waarin stond dat joden een “J” in hun pas kregen, werd het vluchten voor hen naar ons land steeds moeilijker. De Nederlandse regering, die pro-Duits was en (ook nadat Hitler in 1934 aan de macht kwam) de Duitse regering op al zijn wenken bediende, was bang dat na de progromnacht in 1938 veel joden naar ons land zouden vluchten en dat deze groep zichzelf niet zou kunnen bedruipen. Na 1938 verzocht Hitler c.s onze regering de vluchtelingen niet meer toe te laten. De bedoeling van dit dringende verzoek werd pas later duidelijk.

Wat gebeurde er in 1939, toen de oorlog tegen Polen begon, met de Duits-joodse vluchtelingen in ons land?
Men had in die tijd al het vermoeden dat Hitler een oorlog zou willen beginnen. (De regering wist dat natuurlijk allang).

Ook in ons land was de mobilisatie afgeroepen en alle gevluchte Duitse joden werden in Westerbork opgesloten. Ze waren Duits en volgens onze toenmalige overheid dus onze vijanden. Het was toen voor iedere antifascist wel duidelijk dat dit een antisemitische daad was, waar schande van werd gesproken. Wat was de werkelijke reden? Als de Duitsers ons land zouden bezetten, zouden de Duitse joden de eersten zijn die in de concentratiekampen terechtkwamen, hetgeen ook gebeurde. Een enkeling ontsprong de dans omdat men dacht deze jood nog nodig te kunnen hebben als later de joodse Nederlanders daar in Westerbork opgesloten zouden worden. Aan deze racistische misdaad is tot op hebben weinig ruchtbaarheid gegeven.
De schandelijke ontvangst van een groot deel van de oorlogsslachtoffers na 1945 door afgevaardigden van de Nederlandse overheid.
Er wordt nu nog na 65 jaar door mensen die de oorlog meegemaakt hebben schande van gesproken. De meeste van hen hadden de concentratiekampen en gevangenissen amper overleefd.
Het gaat hierbij om een deel van de slachtoffers aangezien een ander deel per trein of vliegtuig ons land binnenkwam en ontvangen werd door familie en vrienden, waardoor zij deze schandelijke ontvangst gelukkig misliepen. Over de ontvangst van de joodse groep heb ik in een vorige Antifascist al uitvoerig geschreven. De linkse groep communisten en socialisten waarvan de meesten verzetsstrijders waren, hebben hetzelfde doorgemaakt als de joden. Ook velen van hen moesten aan de Nederlandse grens hun armen omhoog houden zodat kon worden nagekeken of ze geen SS-teken onder hun oksel hadden. Hiermee gepaard gingen diverse beledigende opmerkingen. Het was trouwens al tijdens de bezetting bekend dat de Nederlandse regering niet alleen een hekel had aan joden, maar zeker ook aan mensen die aan het verzet deelnamen. (Bron: “Om erger te voorkomen” -Nanda van der Zee). Wie de personen waren die de oorlogsslachtoffers aan de grens staande hielden is officieel nooit bekendgemaakt. (Bron: “Mensenheugenis”- Hinke Piersma). Bij de opvang van de joodse groep was soms wel het Rode Kruis aanwezig. Over een interview met een joods slachtoffer door het Rode Kruis heb ik in een vorige Antifascist geschreven.

In Frankrijk en België waren naast natuurlijk Franse en Belgische ook de Nederlandse oorlogsslachtoffers van harte welkom. Ze werden daar als helden ontvangen.

De oorlogsslachtoffers, of het nu verzetsmensen of joden waren, zullen de 'andere' ontvangst aan de Nederlandse grens nooit vergeten.

Celine


december 2008
De Anti Fascist
10